EN 1090

Per 1 juli 2014 is in Europa de EN 1090-1 verplicht voor stalen en aluminium bouwproducten.

Vanaf deze datum moet er voor stalen en aluminium bouwproducten een CE markering worden afgegeven als ook voor samenstellingen van deze bouwproducten.

Verzinkers vallen niet binnen de scope van de norm; zij maken geen stalen bouwproducten. Om deze reden kan voor het verzinken geen CE markering worden afgegeven.

Een verzinkerij hoeft zich niet te laten certificeren. Maar hij moet wel kunnen aantonen dat hij voldoet aan de eisen van de verzinknorm, EN 1461. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke eisen geformuleerd in de EN 1090-2. In het kader van zijn FPC (Factory Production Control) zal de staalbouwer, in het geval hij stalen onderdelen laat verzinken, de verzinker  opnemen in zijn FPC. Hiervoor zullen bepaalde procedures moeten worden opgesteld in overleg met de verzinker. Deze procedures zijn beschreven in de publicatie ‘Thermisch verzinken conform EN 1461 en CE markering van staalconstructies conform EN 1090,’ die u hier kan downloaden.

Verzinkers kunnen op vrijwillige basis toch overgaan tot certificering van hun proces om aan te tonen dat zij aan de eisen gesteld in de EN 1090 – 1 en 2, en aan de criteria van de verzinknorm EN –ISO 1461 voldoen.

Update EN 1090 en thermisch verzinken

Inleiding

Per 1 juli is voor bouwproducten de EN 1090 – 1 verplicht geworden, wat inhoudt dat stalen en aluminium bouwproducten van een CE markering voorzien moeten zijn voordat ze in het handelsverkeer worden gebracht. ZIB is samen met haar zusterorganisaties binnen EGGA al vroeg begonnen met de inventarisatie van de risico’s en kansen voor thermisch verzinken in de EN 1090. Thermisch verzinken is een zeer duurzame conserveringsmethode voor stalen bouwdelen. Daarom is de EN 1090 een belangrijke norm voor het thermisch verzinken. EGGA heeft begin van dit jaar een leidraad opgesteld waarmee staalconstructiebedrijven en thermisch verzinkers samen kunnen vaststellen of en hoe ze afspraken moeten maken en vastleggen. De leidraad die in opdracht van ZIB is vertaald, is in de zomer ook in gedrukte versie beschikbaar gekomen in het Nederlands en het Frans. De eerste druk is nagenoeg al geheel uitverkocht.

Scope

De scope van de EN 1090 was bij aanvang niet duidelijk. De discussies tussen partijen waren veelvuldig en ook tussen landen bestonden grote interpretatie verschillen. De Europese commissie heeft in overleg met certificerende instellingen besloten een lijst op te stellen van producten en onderdelen die niet in de scope van de norm vallen. Deze lijst is een zogenaamde levende lijst. Hij wordt periodiek gewijzigd. De lijst is te vinden op de website van de EU:
http://ec.europa.eu/DocsRoom/documents/5744/attachments/1/translations/en/renditions/native

Wijzigingen

Zowel voor de EN 1090 – 1 als voor de EN 1090 – 2 zijn verschillende wijzigingsvoorstellen gedaan door meerdere partijen. De wijzigingsvoorstellen voor de EN 1090 – 1 zijn vooral gericht op de juiste werking van de bouwproductenverordening. De versie van de EN 1090 – 1 die nu in werking is, is al gemaakt toen we nog spraken van een bouwproductenrichtlijn en er veel nationale wetgeving nodig was om de richtlijn te laten werken. De bouwproductenverordening van nu is direct werkend in alle aangesloten Europese landen. Toch zaten in de wijzigingsvoorstellen ook punten die nadelig uit konden pakken voor thermisch verzinken. ZIB heeft samen met EGGA geprobeerd de veranderingen ten aanzien van het begrip ‘durability’ op de juiste manier in de norm te houden. Dit lijkt vooralsnog te lukken. Ook de prestaties indeling in klasse A1 bij reactie bij brand is in de meest recente voorstellen terug ingevoerd. Deze discussie is sterk beïnvloed geweest door de inbreng in nationale normcommissies, waaronder die van België en Nederland (met inbreng van ZIB)
De EN 1090 - 2 ligt een stuk gecompliceerder. De wijzigingsvoorstellen voor dit deel van de norm worden opgesteld door WG 2 van TC 135. De werkgroep heeft van een taskforce advies gekregen, dat er geen wijzigingen ten aanzien van corrosiewering nodig zijn. Alleen zijn hier andere partijen actief die belang hebben bij het introduceren van aanvullende eisen. ZIB is actief betrokken in de normcommissies in Nederland en België om samen met EGGA en andere EGGA leden in andere landen, zo veel mogelijk sturing uit te oefenen op het proces om een goede interpretaties in de norm in stand te houden. EGGA is samen met ZIB van mening dat de EN 1090 – 2 zo veel mogelijk ongewijzigd moet blijven om eerst ervaring op te doen met de norm voordat er ingrijpende wijzigingen op worden aangebracht. De informatie die ZIB verstrekt aan staalconstructiebedrijven wordt zeer goed onthaald.

Certificering

EGGA en ZIB zijn in overleg met certificerende instellingen om te streven naar een uniforme en juiste benadering van bedrijven die een corrosiewering aanbrengen. Voor thermisch verzinken is certificering in principe niet nodig. Toch zijn er veel verzinkerijen die op vrijwillige basis, maar ook deels omwille van de expliciete vraag vanuit de markt, overgaan tot certificering van hun bedrijfsproces. De uiteindelijke certificaten zijn uiteenlopend, zowel qua gevolgde procedures als qua bewoording op het certificaat zelf. Dit wordt o.m. veroorzaakt doordat de onderliggende checklists verschillend zijn. Om meer eenheid in de certificaten te krijgen is overleg met certificerende instellingen noodzakelijk. De eerste stappen hierin zijn gezet, maar dit is een lastig proces omdat ZIB/EGGA geconfronteerd worden met een waaier aan Notifying Bodies (= certificeerders) met elk hun eigen aanpak en inzichten.