Paddenbroek

Een duurzaam natuurhuis

Van oude fruitboerderij tot modern educatief plattelandscentrum. Paddenbroek in Gooik onderging de voorbije jaren een ware metamorfose. De hoeve werd ontmanteld en eroverheen kwam een volume van staal en glas.

Onopvallend is Paddenbroek geenszins. In het golvende Pajottenland zijn landschap, natuur, erfgoed en cultuur door de eeuwen heen nauw met elkaar verweven geraakt. Dat fragiel evenwicht bewaren en versterken was één van de grote uitdagingen van het plattelandscentrum Paddenbroek.

Natuureducatie
“Een vzw kocht destijds Paddenbroek – een oude hoeve omgeven door hoogstamboomgaarden – aan om dit erfgoed te conserveren”, zegt ir. architect Simon De Boeck, eerste schepen van de gemeente Gooik, onder meer verantwoordelijk voor milieu en landbouw. “Na verloop van tijd groeide een en ander uit tot een centrum voor natuureducatie waar kinderen uit de omstreken met hun school naartoe kwamen. Langzamerhand werd het project te groot om door een vzw beheerd te worden. De gemeente kocht samen met de Vlaamse Landmaatschappij het geheel over om het centrum, dat intussen naam had gemaakt met zijn ecologische en opvoedkundige doelstellingen, uit te breiden en te dienen als recreatieve uitvalsbasis voor de ontdekking van deze prachtige streek.”

Filosofie
Architect Jo Taillieu van het gelijknamige architectenbureau geeft toelichting bij het ontwerp: “De hoeve en vooral de bijgebouwen waren in een bouwvallige staat en op het vlak van functionaliteit ongeschikt om de beoogde doelstellingen te realiseren. De link met de context was quasi  nbestaande. Ook louter bouwkundig moest een en ander worden aangepakt”. Het eerste idee - een klassieke renovatie – werd net als een nieuwbouw terzijde geschoven wegens niet realistisch en niet beantwoordend aan de taak die men van een educatief en toeristisch centrum mocht verwachten. “We stapten dan ook snel af van dat concept en opteerden voor een overkapping die de hoeve, de historische bakoven en de ruimte eromheen zou overkoepelen”, gaat Jo Taillieu verder. “We wilden een genereus gebouw dat alle gebruikers van het centrum het nodige comfort kon aanreiken, ook bij slechte weersomstandigheden, en een ankerpunt bieden voor het verkennen van het Pajottenland.  Uitgaande van het concept duurzaamheid leek de meest voor de hand liggende oplossing de creatie van een glazen constructie met de logica van de serretechnologie. De vervallen bijgebouwen werden ontmanteld en de hoeve en de bakoven in het geheel opgenomen, gerestaureerd en geïsoleerd met vochtregulerende houtwolcementplaten en leem. Alleen deze ruimtes en de kantoren kunnen worden verwarmd. Zo worden de stookkosten duurzaam beperkt tot enkele kernen in het gebouw en dient niet alles geklimatiseerd te worden. Binnen de onverwarmde serre heerst bijgevolg een tussenklimaat. De bezoekers zijn er beschut tegen regen en wind en kunnen toch genieten van het schitterend uitzicht op de omgeving. Op de verdieping zijn nog twee polyvalente ruimtes die als vergaderzaal kunnen dienen.” De serre die gebouwd werd rond een stalen skelet – goed voor 23 ton - heeft een afdalend sheddak dat de ideale lichtinval uit het noorden toelaat. Aan de zuidzijde werden 40 zonnepanelen aangebracht. Die staan borg voor de energieproductie.”

Duurzaam
Het ruimtegebruik in de glazen kas – alleen enkel glas werd weerhouden - is optimaal. De charme van het gebouw is zijn gelaagdheid van oude en nieuwe structuren en de communicatie die het aangaat met het landschap. “Het ontwerp is gebaseerd op duurzaamheid” zegt Jo Taillieu nog. “Het gebruik van enkel glas bijvoorbeeld is makkelijker voor de klimaatbeheersing in de serre. Door luiken in het dak en roosters in strekmetaal op de vier zijden van het gebouw die in de zomer ’s nachts kunnen opengeschoven worden, ontstaat een natuurlijke ventilatie en koeling. Samen met de overal aanwezige zonwering kan op die manier oververhitting worden tegengegaan. De duurzaamheid is hier nooit de resultante van vergezochte technische oplossingen.” 

Akoestiek
Een grote ruimte – 550 m2 met een hoogte van 6,5 tot 11,5 m – kan akoestische complicaties met zich brengen. Dat probleem werd opgelost door aan de binnenkant van de sheddaken zwarte akoestische panelen (Heraklith) te installeren. Ze steken mooi af tegen de witte stalen spanten en zorgen voor een sterk grafisch contrast. Her en der werden ook elementen uit de oude hoeve bewaard, zoals de schouwmantel in de vergaderzaal boven. Ook de oude bakoven werd in eer hersteld en vormt op zich een interessant educatief gegeven voor de kinderen die Paddenbroek bezoeken. Het grote volume aan glas stelt meteen de vraag naar de reiniging van dit complex. “Hiervoor zal door de gemeente een gespecialiseerde firma worden aangezocht”, zegt projectleider Dries Deleye van het architectenbureau Jo Taillieu. “Binnenin de serre is er op de meeste plaatsen voldoende afstand tussen de glazen constructie en de gebouwen zelf, zodat de ruiten steeds met hoogtewerkers schoongemaakt kunnen worden. Langs de buitenzijde is de gevel steeds toegankelijk.” 

Unieke staalconstructie
“De uitdaging zat hem vooral in de grootte en de complexiteit van het project”, zegt Stefan De Clercq, samen met broer Johan zaakvoerder van De Clercq Gebr. bvba, gespecialiseerd in serrebouw en industriebouw. “Vaak werken we met een basismodel dat wordt aangepast naargelang de constructieve eisen. Voor dit project werd er een unieke spant- en staalconstructie gecreëerd waarbij iedere stap nauwkeurig werd opgevolgd. Alle stalen onderdelen werden in onze eigen ateliers geproduceerd. De grootte van de spanten maakte het transporteren en de bewerking voor galvanisatie moeilijker dan voorzien. De constructie werd zo ontworpen dat deze op verschillende plaatsen visueel vastzit met een minimum aan bouten en aangelaste lippen. Dit alles om de volledige structuur de nodige elegantie te laten uitstralen. Deze uitdaging werd door de nauwe samenwerking tussen onze tekenaars, ons productieteam en de externe architecten tot een goed eind gebracht. Ons montagepersoneel kon dan ook op een correcte en vlotte manier de puzzelstukken in elkaar laten passen.” Naast de staalbouw kreeg de firma ook de taak de volledige buitenschil van het gebouw te bekleden. “Er werden wanden uitgevoerd in strekmetaal, terwijl het dak bedekt werd met sandwichpanelen”, gaat Stefan De Clercq verder. “Onze eigen typische aluminiumprofielen en glas, toegepast in het dak en de wand, dragen eveneens bij tot de elegante uitstraling van deze toch vrij robuuste realisatie.”

Waardevol
De bouw van een complex als dat van Paddenbroek in ruraal gebied is niet evident en stootte aanvankelijk zoals te verwachten was op het nodige voorbehoud. Dat de gemeente bereid was mee te gaan in het verhaal van architect Jo Taillieu en projectleider Dries Deleye getuigt
dan ook van visie en inzicht. Nu de constructie er staat is iedereen het erover eens dat Gooik er een waardevol polyvalent centrum bij heeft
gekregen dat inspeelt op ecologische duurzaamheid en waar ook de bewoners maximaal van kunnen profiteren.

Thermisch verzinkt staal
De volledige structuur werd thermisch verzinkt en gelakt. 

Er werd voor thermisch verzinken gekozen, aangezien dit een duurzame corrosiebescherming is voor het staal. 

De dompeltechniek van het verzinken zorgt ervoor dat de typische serreconstructie, welke hoofdzakelijk bestaat uit kokerprofielen, zowel uit- als inwendig wordt behandeld.

Deze vorm van verzinken zorgt, door de goede hechting van het zink aan het staal, dat de constructie beschermd is tegen corrosie, roest en mechanische schade.

Duplex

OPDRACHTGEVER:
Gemeente Gooik (B)
 
HOOFDAANNEMER:
Aannemingen Jan Roobaert (B)
 
STAALBOUWER:
De Clercq Gebr. Bv (B)
 
ARCHITECT:
architecten De Vylder Vinck Tailleu (B)
 
STUDIEBUREAU:
Aannemingen Jan Roobaert (B)
 
BOUWTIJD:
2020
 
FOTOGRAAF:
Stefan De Clercq