Technisch Infoblad #9
Veruit de meeste verzinkerijen werken volgens de internationale norm EN-ISO 1461: “Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen – Specificaties en beproevingsmethoden”. De basis werd in 1943 gelegd met de publicatie van de N 1275 “Thermische verzinking van stalen of gietijzeren voorwerpen”. De laatste versie van de EN-ISO 1461 is van 2022. In dit infoblad worden de vereisten toegelicht.
OM TE BEOORDELEN OF AAN DE VEREISTEN WORDT VOLDAAN, KAN EEN INSPECTIE WORDEN UITGEVOERD
Een inspectie omvat deze drie aspecten:
UITERLIJK
De norm EN ISO 1461 zegt het volgende over het uiterlijk:
DEKLAAGDIKTE
De deklaagdikte is de bepalende factor voor beschermingsduur. Hoe dikker de deklaag, hoe groter de onderhoudsvrije levensduurverwachting! Voor de meeste atmosferische blootstellingen bestaat er een nagenoeg lineaire relatie tussen beiden. Zie hiervoor EN-ISO 14713-1.
Vrijwel altijd wordt de deklaagdikte bepaald door een magnetische meting. In tabel 1 staan de plaatselijke en gemiddelde waarden die volgens EN ISO 1461 behaald moeten worden in relatie tot de wanddikte van de stalen voorwerpen. Voor centrifuge verzinken (ook wel “slingerwerk” genoemd) gelden de lagere waarden van tabel 2. De norm EN-ISO 1461 definieert de uitdrukkingen ‘plaatselijke deklaagdikte’ en ‘gemiddelde deklaagdikte’ als volgt:
In de praktijk worden deklaagdiktemetingen bijna altijd uitgevoerd volgens een niet-destructieve methode; de magnetische methode, gedefinieerd in EN ISO 2178: “Niet-magnetische deklagen op magnetische oppervlakten – Meting van de laagdikte – Magnetische methode”. Het controlemonster wordt bepaald volgens de monsternameprocedure bepaald in EN-ISO 1461. Binnen dit controlemonster definieert EN-ISO 1461 “Referentiegebieden” waarbinnen een specifiek aantal afzonderlijke metingen moet worden verricht.
Opmerking: In plaats van deklaagdikte wordt in de norm ook de deklaagmassa aangehaald. Doordat deze destructieve methode niet of nauwelijks wordt gebruikt, valt deze methode buiten de scope van deze publicatie.
Opmerking: voor buizen verzinkt in geautomatiseerde buisverzinkinstallaties geldt in plaats van de EN-ISO 1461 de norm EN-10240.
| Voorwerp / dikte voorwerp | Plaatselijke deklaagdikte in micrometer (μm) | Gemiddelde deklaagdikte in micrometer (μm) |
|---|---|---|
| STAAL > 6mm | 70 | 85 |
| STAAL > 3mm TOT ≤ 6mm | 55 | 70 |
| STAAL ≥ 1,5mm TOT ≤ 3mm | 45 | 55 |
| STAAL < 1,5mm | 35 | 45 |
| GIETSTUKKEN ≥ 6mm | 70 | 80 |
| GIETSTUKKEN < 6mm | 60 | 70 |
| Voorwerp met schroefdraad | Plaatselijke deklaagdikte in micrometer (μm) | Gemiddelde deklaagdikte in micrometer (μm) |
|---|---|---|
| > 6 mm tot ≤ 20mm | 40 | 50 |
| ≤ 6 mm middellijn | 20 | 25 |
| Overige voorwerpen (met inbegrip van gietvoorwerpen) | ||
| > 3mm | 45 | 55 |
| < 3mm | 35 | 45 |
Opmerking: Indien de gemeten waarde niet overeenkomt met de waarden uit één van de tabellen, dan kan dit liggen aan de oppervlaktegesteldheid van het staal en ook aan de chemische staalsamenstelling ervan. Ook bij Hoge Temperatuur Verzinken ((HTV) kan de laagdikte minder zijn dan vermeld in de tabellen. De tabellen zijn daarom voor algemeen gebruik bedoeld.
MECHANISCHE BELASTBAARHEID (ENIGSZINS VERGELIJKBAAR MET HECHTING)
Er is geen geschikte internationale norm om de hechting te testen van een zinklaag. De hechting tussen het staal en de gevormde zinklaag is immers niet noodzakelijkerwijs nodig om te bepalen. De chemische band tussen het staal en het zink is immers kenmerkend voor het verzinkproces. Wanneer er geen goede voorbehandeling zou zijn uitgevoerd, dan zou er ook geen sprake geweest zijn van zinklaagvorming. Anders dan bijvoorbeeld met verflagen, kan er geen “onthechting” optreden na verloop van tijd. Doorgaans wordt dan ook beoordeeld of de zinklaag het normale gebruik van het voorwerp kan weerstaan. Dit schat men in aan de hand van kleine schades die zijn ontstaan bij de handelingen bij de verzinkerij, transport en/of montage. In dit kader dient men zich te realiseren dat kleine schades onvermijdelijk zijn.
AFSLUITENDE OPMERKINGEN
Omdat dit Technisch Infoblad slechts over een beperkte en leesbare omvang beschikt, kunnen we niet ingaan op andere ter zake doende aspecten beschreven in de norm EN-ISO 1461. Als u in uw bestelling aanvullende eisen heeft vastgelegd, dan dienen deze bij de inspectie meegenomen te worden mits deze realistisch en realiseerbaar zijn.
Mocht u aanvullende eisen en wensen hebben op het vlak van het uiterlijk (met name esthetisch verzinken), dan is het goede zaak om al in de ontwerpfase contact op te nemen met uw verzinkerij om het project in gewenste banen te leiden. Het ontwerp, de staalbestelling en samenstelling van een voorwerp bepaalt immers in grote mate het eindresultaat. Belangrijk voor het goed en volgens de norm verzinken is ook dat de opdrachtgever voldoet aan de ontwerprichtlijnen en de aanbevelingen uit de EN-ISO 14713 deel 1 en EN-ISO 14713 deel 2 .
EN ISO 1461
Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - Specificaties en beproevingsmethoden.
EN ISO 14713 deel 1
Zinken deklagen - Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie - Deel 1: Algemene ontwerpbeginselen en corrosieweerstand.
EN ISO 14713 deel 2
Zinken deklagen – Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie – Deel 2: Thermisch verzinken
EN ISO 2178
Niet-magnetische deklagen op magnetische oppervlakken - Meting van de laagdikte - Magnetische methode
EN 10240
Inwendige en/of uitwendige beschermende deklagen voor stalen buizen - Specificaties voor dompelverzinkte deklagen aangebracht in geautomatiseerde installaties
TECHNISCH INFOBLAD 2
Procedure voor het bijwerken
TECHNISCH INFOBLAD 7
Toestand van het staaloppervlak voor het thermisch verzinken
TECHNISCH INFOBLAD 18
Invloed van de chemische samenstelling op de vorming van de zinklaag