Technisch Infoblad #6
Bij het ontwerp van grote of ingewikkelde constructies, kan men het beste uitgaan van rechte, losse profielen die nadien met boutverbindingen worden samengesteld. Ook kunnen meerdere vlakke en losse constructiedelen achteraf worden verbonden door middel van (verzinkte) bouten en moeren. Is het object echter zodanig groot of gecompliceerd dat er na het verzinken aan moet worden gelast, dan moeten een aantal zaken in de gaten worden gehouden.
aanbevelingen
Het is aan te bevelen om de zinklaag over een voldoende breedte te verwijderen aan weerszijden van de aan te brengen las. Dit kan het beste door stralen of slijpen. In de praktijk echter wordt er ook wel rechtstreeks gelast aan het thermisch verzinkte staal, zonder verwijdering van de zinklaag ter plaatse. Hierdoor zal de zinklaag direct naast de las voor een groot gedeelte verdwijnen tijdens het lassen. In beide situaties is het dus noodzakelijk de zinklaag na het lassen bij te werken.
AANDACHTSPUNTEN BIJ HET LASSEN AAN VERZINKT STAAL
Als gevolg van de hoge temperatuur tijdens het lassen smelt en verdampt de zinklaag aan beide zijden van de lasnaad. Dit beïnvloedt het lasproces zodanig dat er, ten aanzien van de lassen, aanpassingen noodzakelijk zijn. Zo ontstaan er tijdens de laswerkzaamheden grijze zinkoxidedampen die het zicht op het werk verhinderen. Verder ontstaan er spetters en het lasproces wordt “onrustig”. Ook kunnen er poriën in het laswerk ontstaan. De zinkdamp die vrijkomt is niet alleen ziekmakend (tijdelijk veroorzaakt dit een misselijk gevoel bij inademing), het belemmert ook een goed zicht op de las. In de werkplaats is het toepassen van een lasafzuiging beslist noodzakelijk. Mocht men op de bouwlocatie in een hal of in de buitenlucht moeten werken, dan dient men te zorgen voor goede ventilatiemogelijkheden zijn en dat men de wind op de rug heeft zodat de zinkdamp van je af beweegt. Begrijpelijkerwijze neemt de hoeveelheid lasdamp toe naarmate de zinklaag dikker is en de lassnelheid groter is. Tenslotte kunnen er bij het direct lassen aan thermisch verzinkt staal meer spetters ontstaan evenals gasinsluitsels in de lasnaad.
BIJWERKEN
Na het lassen moet het lasoppervlak en de naastliggende zones waar de zinklaag verdampt is, voorzien worden van een corrosiewering die ten minste gelijk is aan die van thermisch verzinkt staal. Zie hiervoor Technisch Informatieblad 2: Procedure voor het bijwerken.
Indien de constructie vereist dat er na het verzinken aan wordt gelast, dan zal de opdrachtgever dienen te worden geconsulteerd. De kans is groot dat het object na het lassen en de herstellingen als geheel niet meer voldoet aan de vereisten als genoemd in de EN-ISO 1461. In de praktijk is het herstellen van de zinklaag door gebruik van een zinkrijke verf het meest gebruikelijk. Breng de verf met een langharige kwast op om voldoende laagdikte op te bouwen. Een spuitbus met zinkspray levert een te geringe laagdikte op. Het bijwerken kan ook plaatsvinden door middel van schooperen (thermisch zinkspuiten) en ook andere verfsystemen zijn mogelijk.
EN ISO 1461
Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - Specificaties en beproevingsmethoden.
EN ISO 14713 deel 1
Zinken deklagen - Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie - Deel 1: Algemene ontwerpbeginselen en corrosieweerstand.
EN ISO 2063 deel 2
Thermisch spuiten – Zink, aluminium en hun legeringen – Deel 2: Uitvoering van corrosiebeschermingssystemen
TECHNISCH INFOBLAD 2
Procedure voor het bijwerken