Technisch Infoblad #23
Om holle constructies te kunnen voorzien van een thermisch verzinkte beschermlaag, is het noodzakelijk dat er zink in profielen en andere holle ruimtes kan stromen. Ook is het van belang dat er gaten zijn aangebracht waar lucht en residuen uit het verzinkproces kunnen ontsnappen.
Eveneens dienen er ophangmogelijkheden te zijn voorzien. In een aantal gevallen brengt men de verzinkgaten aan zonder dat de gaten aan de buitenzijde van het werkstuk zichtbaar zijn. Dit noemt men in de praktijk ook wel eens “blinde gaten” of “inwendig geboord”. In de normteksten spreekt men van “inwendig ontluchte omsloten ruimten”.
Visuele ingangscontrole is dan door de verzinkerij niet of nauwelijks mogelijk. Men zal uit voorzorg het werkstuk niet in behandeling nemen. Mochten er namelijk geen verzinkgaten aangebracht zijn, kan dit leiden tot ontploffingsgevaar. In het verleden zijn hier helaas voorbeelden van met soms dramatische gevolgen.
THERMISCH VERZINKEN VAN HOLLE PROFIELEN EN WERKSTUKKEN
Producten die thermisch verzinkt gaan worden, dienen minimaal te zijn voorzien van ophanggaten. Aan deze ophanggaten wordt het werkstuk met ijzerdraad/kettingen/stangen verbonden met een traverse of ander hulpgereedschap waarmee transport door het verzinkproces plaatsvindt. Mocht het werkstuk echter bestaan uit holle profielen, zoals kokers en buizen, of van zichzelf al hol zijn, bijvoorbeeld tanks voor mesttransport e.d., dan zullen er aanvullend voorzieningen worden getroffen om ook het verzinken van de binnenzijde mogelijk te maken. De verzinkgaten zijn bedoeld om het werkstuk te vullen met vloeibaar zink bij onderdompeling. Deze gaten dienen eveneens om lucht en residuen uit het voorbehandelingsproces tijdens het verzinken te laten ontsnappen naar het zinkbadoppervlak. De exacte plaatsing van de verzinkgaten staat in relatie met de ophanggaten, deze dienen zodanig geplaatst te zijn dat tijdens het voorbehandelen van het werkstuk en het verzinken zelf, vloeistof en daarna het zink in alle hoekjes en holtes kan komen.
Om esthetische redenen vindt men deze gaten soms minder mooi of zijn de gaten vanwege het gebruiksdoel ongewenst. Dan worden de gaten wel eens aangebracht op een manier dat ze niet of nauwelijks zichtbaar zijn na assemblage van de materialen tot een werkstuk, zoals voorbeeld een hekwerk bestaande uit een boven- en onderkoker met ertussen een aantal buisspijltjes. Deze buisspijltjes dienen te worden voorzien van gaten waarbij men twee keuzes heeft. Enerzijds om de gaten voor te boren in de boven- en onderkoker en daarna de spijl ertussen te lassen en anderzijds om de spijltjes zelf te voorzien van openingen ter plaatse van de onder- en bovenkoker. Op de eerstgenoemde manier (foto 3) zal het zink via de onderkoker in de spijltjes geraken terwijl lucht en residuen via de bovenkoker kunnen ontsnappen. Het is wel zo dat deze gaten bij aanlevering van de werkstukken op de verzinkerij niet meer zichtbaar zijn. Soms kan men nog een stukje in de boven- en onderkoker kijken en een aantal spijltjes wel beoordelen, maar het overgrote deel ervan niet.
Het op bovengenoemde manier samenstellen van een werkstuk is om veiligheidsredenen ongewenst en dient te worden vermeden. Als een dergelijke interne ontluchting niet op een andere manier kan plaatsvinden, dan zal men dit vooraf moeten bespreken met de verzinkerij [Dit is een verplichting opgelegd aan de opdrachtgever, zie ook ISO 1461, A.2, e]. Daarbij zal, overeenkomstig met ISO 14713-2: 2019, verzekerd moeten worden dat:
OPDRIJVEN EN EXPLOSIEGEVAAR
Als een werkstuk niet van (voldoende) verzinkgaten is voorzien, dan bestaat het gevaar dat het te verzinken product niet geheel onderdompelt in het vloeibare zink. Dit komt doordat een voorwerp dat in een vloeistof wordt ondergedompeld, een opwaartse kracht ondervindt die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof. Mocht het voorwerp, ondanks het feit dat er onvoldoende gaten zijn voorzien, toch onderdompelen vanwege een hoog eigen gewicht, dan bestaat het gevaar dat de afgesloten en niet ontluchte ruimte zal leiden tot een ontploffing. Die ontploffing wordt veroorzaakt doordat vocht dat in de afgesloten ruimte is terechtgekomen (voorbehandelingsvloeistof) tijdens het verzinken niet kan ontsnappen, maar wel oploopt in temperatuur. Er ontstaat stoom en dat resulteert in een grote toenemende druk, hetgeen zal leiden tot het exploderen van het betreffende onderdeel. Dat dit een zeer gevaarlijke situatie oplevert voor de werknemers ter plaatse van het zinkbad, behoeft geen betoog. Daarnaast ontstaat er een enorme schade door het wegvliegend vloeibare zink. Ook bestaat er groot gevaar voor de integriteit van het zinkbad en de constructie van de oveninstallatie. Het zinkbad kan namelijk door de explosie vervormen en mogelijk ook de oveninstallatie waardoor versnelde vervanging van de zinkbad en andere reparaties nodig kunnen zijn.
EN ISO 1461
Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - Specificaties en beproevingsmethoden.
EN ISO 14713 deel 1
Zinken deklagen - Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie - Deel 1: Algemene ontwerpbeginselen en corrosieweerstand.
EN ISO 14713 deel 2
Zinken deklagen - Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie - Deel 2: Thermisch verzinken