Technisch Infoblad #2

PROCEDURE VOOR HET BIJWERKEN

Herstellen van onverzinkte plekken en schades

Deze ‘bijwerkprocedure’ geldt voor plekken die niet verzinkt zijn doordat ze niet reageren met het gesmolten zink tijdens de onderdompeling in het zinkbad. Ook kan deze publicatie gebruikt worden voor thermisch verzinkte voorwerpen die beschadigen tijdens opslag, transport, montage of als gevolg van mechanische bewerking.

WAARDOOR ONTSTAAN ONVERZINKTE PLEKKEN EN SCHADES?

Het is mogelijk dat na het verzinken enkele onverzinkte plekken zicht baar zijn. In vrijwel alle gevallen, is dit veroorzaakt door een gebrekkig ontwerp of uitvoering van het te verzinken voorwerp. Om te kunnen verzinken, is het van belang dat bij het dompelen van het voorwerp in de voorbehandelingsvloeistoffen, en daarna ook het zink, voldoende verzinkgaten zijn aangebracht. Daarnaast is het belangrijk dat de gaten van de juiste grootte zijn. Is dit niet het geval, dan kunnen er gedurende de dompeling in de voorbehandelingsvloeistoffen plekken zijn die door
het ontstaan van een “luchtkamertje” niet voldoende worden gereinigd.
Is het staal onvoldoende gereinigd, dan vindt er geen chemische reactie tussen het staal en het zink plaats. Een onverzinkt plekje is daarvan het gevolg. Schades daarentegen kunnen ontstaan gedurende alle verplaatsingen in de productie, tijdens het vervoer, tijdens de opslag en tijdens de montage. Onafhankelijk van de oorzaak van het onverzinkte plekje is het aan te bevelen om deze plekken op de juiste wijze te herstellen.

Soms wordt er bewust voor gekozen om bepaalde oppervlakken onverzinkt te laten, omdat deze pas na het verzinken door lassen worden samengevoegd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vermoeiingsgevoelige brugconstructies, grote frames of extra lange liggers. In zulke situaties worden de zones die vrij moeten blijven van zink, vóór het verzinken behandeld met een antizinkverf. Tijdens het voorbehandelingsproces beschermt deze verflaag het staal tegen de vorming van een zinklaag. Bij onderdompeling in het zinkbad verbrandt de verf, maar op die plaatsen vormt zich geen zinklaag. Na het samenlassen van de onderdelen kunnen de las en de directe omgeving ervan worden behandeld zoals aangegeven in dit document.

WAT ZEGT DE internationale VERZINKNORM?

In hoofdstuk 6.3 ‘Bijwerken’ van de verzinknorm EN ISO 1461 staat: ‘Onverzinkte plekken die worden bijgewerkt door de thermische verzinkerij mogen totaal niet meer dan 0,5% van de totale oppervlakte van een onderdeel bedragen. Elke onverzinkte plek die bestemd is voor bijwerken mag niet groter zijn dan 10 cm². Indien het onverzinkte oppervlak groter is, moet het voorwerp dat dergelijke gedeelten bevat opnieuw worden verzinkt, tenzij  tussen opdrachtgever en thermische verzinkerij anders is overeengekomen.’

HOE TE REPAREREN?

Ten aanzien van onverzinkte plekken geeft de norm vier reparatiemethoden aan, die u ook kunt gebruiken voor het herstellen van beschadigingen: zinkstofrijke verven, metalliseren of zinkspuiten (EN-ISO 2063), zinkschilferproducten en
zinklegeringsstaven met laag smeltpunt.
In de praktijk wordt vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van zinkstofrijke verven. Dit zijn primers waarvan het gewicht uit ca. 90% zinkstof bestaat (EN-ISO 3549). Vaak duidt de fabrikant op de verpakking aan dat het product geschikt is voor het plegen van herstellingen conform de EN-ISO 1461. Men gebruikt ook wel de benaming Zinkcompound of zinkrijke verf voor dergelijke producten. Spuitbussen (“zinkspray”) zijn doorgaans minder geschikt omdat nu eenmaal de vereiste/gewenste laagdikte niet gemakkelijk wordt behaald

PRAKTISCHE AANPAK BIJ ONVERZINKTE PLEKKEN EN SCHADES

Voor het aanbrengen van zinkrijke verf hanteert u de volgende werkwijze:

  • verwijder eventuele losse zinkschilfertjes
  • verwijder vuil en corrosieproducten door middel van schuren, vijlen en/ of borstelen en ontvet de plekken. Maak over een breedte van circa 10 mm een vloeiende overgang met de intacte zinklaag en reinig en ontvet ook de aangrenzende, nog intact zijnde zinklaag, op dezelfde wijze
  • breng minimaal twee lagen zinkstofverf aan met een langharig kwastje
  • de zinkstofverf kunt u eventueel afdekken met een zink-, zink-aluminium- of een aluminiumspray (afhankelijk van de gewenste grijstint). Het enige doel hiervan is om een resultaat te krijgen dat het uiterlijk van de aangebrachte zinklaag zo dicht mogelijk benaderen zal, een soort van camouflage dus. 

PRAKTISCHE AANPAK BIJ GELASTE DELEN

Wanneer er bewust voor wordt gekozen om delen onverzinkt te laten om deze later aan elkaar te lassen, kan de las en de directe omgeving ervan worden gemetalliseerd (ook wel zinkspuiten of Schooperen genoemd). Dit wordt vooral toegepast bij bruggen en andere vermoeiingsgevoelige constructies waar een extra lange, onderhoudsvrije levensduur gewenst is. Het is daarbij essentieel dat de onverzinkte delen na het lassen grondig worden gereinigd door middel van stralen. Direct aansluitend moet het metalliseren plaatsvinden, zodat er geen oxiden kunnen ontstaan die de hechting van de zinklaag negatief beïnvloeden. Na het metalliseren kan eventueel nog een zinkrijke verf worden aangebracht. Deze dicht eventuele poriën in de zinklaag en draagt zo bij aan een verdere verlenging van de levensduur.

INVLOED OP DE LEVENSDUUR

Doorgaans biedt een verfsysteem een minder goede duurzaamheid dan de thermisch aangebrachte zinklaag Toch biedt dit specifieke (zinkrijke-)verfsysteem voor de meeste toepassingen een ruim voldoende corrosiebescherming. Deze verfsystemen hebben naast een barrièrewerking ook een kathodische eigenschap om het staal te beschermen. Het betreft immers kleinere plekken die bijgewerkt worden en het overgrote deel van het oppervlak (namelijk meer dan 99,5% van het voorwerp) is voorzien van de zinklaag die naast de barrièrevorming eveneens een kathodische bescherming biedt aan het staal. Mocht zodoende de verflaag geheel zijn verdwenen, door slijtage bijvoorbeeld, dan is er vanuit de zinklaag nog ruim voldoende bescherming aanwezig. In praktisch alle gevallen wordt de levensduurverwachting door de reparatie niet nadelig beïnvloed. Bij metalliseren kan een levensduur worden bereikt die vergelijkbaar is met die van de rest van het verzinkte object.

BIJWERKEN VAN EEN DUPLEXSYSTEEM

Hoe moet u een onverzinkte plek of een beschadiging bijwerken als het verzinkte staal voorzien wordt van een organische deklaag (Duplexsysteem)? In bijlage C ‘Bijwerken van onverzinkte of beschadigde gedeelten’ van de verzinknorm EN-ISO 1461 wordt dit als volgt omschreven. Wanneer men de verzinkerij heeft gemeld dat er een aanvullende coating wordt aangebracht, informeert de verzinkerij de opdrachtgever over de wijze waarop de herstellingen plaatsvinden. De opdrachtgever en applicateur van de nat- of poederlak moeten zich ervan verzekeren dat het aan te brengen deklaagsysteem verenigbaar is met de door de verzinkerij gebruikte bijwerkmethode en -materialen.

Een beschadigde plek in de verzinklaag

Losse zinkschilfers verwijderen en overgang naar intacte zinklaag vloeiend maken

Het resultaat na vijlen

Bijwerken met langharige kwast

Resultaat bijwerken na drogen

EN ISO 1461
Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - Specificaties en beproevingsmethoden.

EN ISO 14713 deel 1
Zinken deklagen - Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie - Deel 1: Algemene ontwerpbeginselen en corrosieweerstand.

EN ISO 2808
Paints and varnishes – Determination of film thickness

EN ISO 2063
Thermal Spraying – Metallic and other inorganic coatings – Zinc, aluminium and their alloys

EN ISO 2178
Non-magnetic coatings on magnetic substrates – Measurement of coating thickness Determination of film thickness – Magnetic method

EN ISO 3549
Zinc dust pigments for paints – Specification and test methods