Technisch Infoblad #2
Deze ‘bijwerkprocedure’ geldt voor plekken die niet verzinkt zijn doordat ze niet reageren met het gesmolten zink tijdens de onderdompeling in het zinkbad. Ook kan deze publicatie gebruikt worden voor thermisch verzinkte voorwerpen die beschadigen tijdens opslag, transport, montage of als gevolg van mechanische bewerking.
WAT ZEGT DE internationale VERZINKNORM?
In hoofdstuk 6.3 ‘Bijwerken’ van de verzinknorm EN ISO 1461 staat: ‘Onverzinkte plekken die worden bijgewerkt door de thermische verzinkerij mogen totaal niet meer dan 0,5% van de totale oppervlakte van een onderdeel bedragen. Elke onverzinkte plek die bestemd is voor bijwerken mag niet groter zijn dan 10 cm². Indien het onverzinkte oppervlak groter is, moet het voorwerp dat dergelijke gedeelten bevat opnieuw worden verzinkt, tenzij tussen opdrachtgever en thermische verzinkerij anders is overeengekomen.’
HOE TE REPAREREN?
Ten aanzien van onverzinkte plekken geeft de norm vier reparatiemethoden aan, die u ook kunt gebruiken voor het herstellen van beschadigingen: zinkstofrijke verven, zinkspuiten (EN-ISO 2063), zinkschilferproducten en
zinklegeringsstaven met laag smeltpunt.
In de praktijk wordt vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van zinkstofrijke verven. Dit zijn primers waarvan het gewicht uit ca. 90% zinkstof bestaat (EN-ISO 3549). Vaak duidt de fabrikant op de verpakking aan dat het product geschikt is voor het plegen van herstellingen conform de EN-ISO 1461. Men gebruikt ook wel de benaming Zinkcompound of zinkrijke verf voor dergelijke producten. Spuitbussen (“zinkspray”) zijn doorgaans minder geschikt omdat nu eenmaal de vereiste/gewenste laagdikte niet gemakkelijk wordt behaald
PRAKTISCHE AANPAK
Voor het aanbrengen van zinkrijke verf hanteert u de volgende werkwijze:
INVLOED OP DE LEVENSDUUR
Doorgaans biedt een verfsysteem een minder goede duurzaamheid dan de thermisch aangebrachte zinklaag Toch biedt dit specifieke (zinkrijke-)verfsysteem voor de meeste toepassingen een ruim voldoende corrosiebescherming. Deze verfsystemen hebben naast een barrièrewerking ook een kathodische eigenschap om het staal te beschermen. Het betreft immers kleinere plekken die bijgewerkt worden en het overgrote deel van het oppervlak (namelijk meer dan 99,5% van het voorwerp) is voorzien van de zinklaag die naast de barrièrevorming eveneens een kathodische bescherming biedt aan het staal. Mocht zodoende de verflaag geheel zijn verdwenen, door slijtage bijvoorbeeld, dan is er vanuit de zinklaag nog ruim voldoende bescherming aanwezig. In praktisch alle gevallen wordt de levensduurverwachting door de reparatie niet nadelig beïnvloed.
BIJWERKEN VAN EEN DUPLEXSYSTEEM
Hoe moet u een onverzinkte plek of een beschadiging bijwerken als het verzinkte staal voorzien wordt van een organische deklaag (Duplexsysteem)? In bijlage C ‘Bijwerken van onverzinkte of beschadigde gedeelten’ van de verzinknorm EN-ISO 1461 wordt dit als volgt omschreven. Wanneer men de verzinkerij heeft gemeld dat er een aanvullende coating wordt aangebracht, informeert de verzinkerij de opdrachtgever over de wijze waarop de herstellingen plaatsvinden. De opdrachtgever en applicateur van de nat- of poederlak moeten zich ervan verzekeren dat het aan te brengen deklaagsysteem verenigbaar is met de door de verzinkerij gebruikte bijwerkmethode en -materialen.
EN ISO 1461
Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - Specificaties en beproevingsmethoden.
EN ISO 14713 deel 1
Zinken deklagen - Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie - Deel 1: Algemene ontwerpbeginselen en corrosieweerstand.
EN ISO 2808
Paints and varnishes – Determination of film thickness
EN ISO 2063
Thermal Spraying – Metallic and other inorganic coatings – Zinc, aluminium and their alloys
EN ISO 2178
Non-magnetic coatings on magnetic substrates – Measurement of coating thickness Determination of film thickness – Magnetic method
EN ISO 3549
Zinc dust pigments for paints – Specification and test methods