Technisch Infoblad #15
De termen ‘Verzinken’ of ‘Galvaniseren’ slaan op een reeks verschillende beschermingsmethodes van staal met behulp van zinkdeklagen. Thermisch verzinken is één van deze methodes. Daarbinnen moeten we een belangrijk onderscheid maken tussen continu thermisch verzinken van staalplaat (coils) en discontinu thermisch verzinken van gerede staalproducten (voorwerpen) of constructies.
Zie ook ‘Thermisch verzinken - Spraakverwarring bij verzinken - Verschillende techniek om te verzinken’ en TECHNISCH INFOBLAD 11: ZINKAPPLICATIEMETHODEN.
BELANGRIJKE VERSCHILLEN
Continu verzinkt staal verlaat de staalfabriek met een bepaalde zinklaagdikte die wordt aangeduid door middel van een gewicht per oppervlakte (gr/m2).
Deze staalplaat wordt nadien in werkplaatsen bewerkt tot het eindproduct. Bij het continu thermisch verzinken (of Sendzimir verzinken) van staalplaat/staalcoils worden alle bewerkingen om de uiteindelijke constructie te maken (zoals snijden, kanten/zetten, stansen en lassen) dus uitgevoerd na het verzinken.
Kenmerkend voor continu verzinken is de relatief geringe zinklaagdikte. Deze dunne deklaag is nodig om bewerkingen (met name zettingen) na het verzinken mogelijk te maken zonder de zinklaag ter plekke al te erg te beschadigen. Ook worden vaak andere elementen aan het zink in het zinkbad toegevoegd.
Bij het bewerken (snijden, boren en lassen) van continu verzinkte staalplaat zijn de snijranden, boorgaten en lassen niet langer beschermd door een zinklaag hetgeen, ondanks de kathodische bescherming van zink, corrosieproblemen kan opleveren. Met name in een buitenomgeving en omstandigheden waar condensatie kan optreden of wanneer sprake is van een hoge luchtvochtigheid. In geval van kanten/zetten, wordt de zinklaag ter plaatse van de zetting ook nog eens uit elkaar getrokken waardoor de barrière werking vermindert.
Omdat continu verzinkte voorwerpen delen hebben waar geen beschermende zinklaag meer aanwezig is en de zinklaagdikte opmerkelijk geringer is dan die van discontinu verzinkte voorwerpen, worden continu thermisch verzinkte voorwerpen vrijwel alleen gebruikt in geklimatiseerde binnentoepassingen. Continu thermisch verzinkte staalplaat is alleen geschikt voor een buitenomgeving wanneer bovenop de zinklaag nog een hoogwaardig (poeder)laksysteem is aangebracht (automobiel, gevelbekledingen).
Bij het discontinu verzinken worden juist alle bewerkingen vóór het verzinken gedaan. Nadat het werkstuk is vervaardigd in een constructiewerkplaats wordt deze aangeleverd op een thermische verzinkerij waar
het gehele voorwerp wordt gedompeld in een zinkbad van 450 °C. Een geheel gesloten, vrij dikke deklaag wordt gevormd op de oppervlakte. Vrijwel alle stalen producten kunnen worden verzinkt waaronder constructieprofielen.
Discontinu thermisch verzinkte voorwerpen worden vrijwel alleen in een buitenomgeving gebruikt, hoewel architecten er meer en meer voor kiezen om ze ook in binnenruimtes te gebruiken om esthetische redenen.
Verzinkt staal geeft immers een industriële look, een enorm lange onderhoudsvrije levensduur en is 100% circulair.
DEKLAAGDIKTES
Voor discontinu thermisch verzinken wordt de deklaagdikte uitgedrukt in micrometer (1 μm = 10-³ mm). Voor continu verzinkte staalplaat daarentegen wordt de deklaagdikte uitgedrukt in gewicht per oppervlakte-eenheid (g/m²). Meestal wordt dit dan tweezijdig bedoeld. De EN 10346 is de norm waarin de technische leveringscondities staan beschreven.
Conversiefactoren (volgens 7.9 van EN 10346) zijn:
Bij continu thermisch verzinken van staalplaat kan de gewenste dikte heel precies ingesteld worden. De uiterste waarden die in de praktijk voorkomen bedragen:
Voor het discontinu thermisch verzinken is de te verkrijgen deklaagdikte afhankelijk van staalwanddikte, staalsamenstelling (Si, P, etc.), oppervlakteruwheid van het staal en dompeltijd. Daarom schrijft de norm EN ISO 1461 alleen de verplichte minimale laagdiktes voor (zie tabel 1).
CORROSIEWERING
Zoals u kunt lezen in Technisch Infoblad 10: “Corrosieweerstand van thermisch verzinkt staal” is de duur van de corrosiewering afhankelijk van de agressiviteit van de atmosfeer en de aangebrachte zinklaagdikte.
De beschermingsduur is vrijwel recht evenredig met de zinklaagdikte. Bij continu verzinkte plaat is het mogelijk zodanige zinklegeringen toe te passen, dat het resulteert in een verbeterde corrosiewering bij sommige atmosferen, maar dan wel bij een zinklaagdikte die beduidend minder is dan die aangebracht door discontinu verzinken.
Fabrikanten van continu verzinkte plaat met productnamen zoals MagiZink® en Magnelis®, claimen een superieure corrosieweerstand te hebben, met name in een chloride belaste omgeving. Normen en onafhankelijke onderzoeken zijn er niet om deze beweringen te onderbouwen.
| SECTIEDIKTE VAN HET VOORWERP (INDIEN NIET GECENTRIFUGEERD) | PLAATSELIJKE DEKLAAGDIKTE IN MICROMETER (μm) | GEMIDDELDE DEKLAAGDIKTE IN MICROMETER (μm) |
|---|---|---|
| STAAL > 6MM | 70 | 85 |
| STAAL > 3MM TOT ≤ 6MM | 55 | 70 |
| STAAL ≥ 1,5MM TOT ≤3MM | 45 | 55 |
| STAAL < 1,5MM | 35 | 45 |
| GIETSTUKKEN ≥ 6MM | 70 | 80 |
| GIETSTUKKEN < 6MM | 60 | 70 |
EN ISO 1461
Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - Specificaties en beproevingsmethoden.
ISO 4998
Continuous hot-dip zinc-coated and zinc-iron alloy-coated carbon steel sheet of structural quality
EN 10346
Continu-dompelbeklede platte staalproducten - Technische leveringsvoorwaarden
TECHNISCH INFOBLAD 3
Thermische vervorming door het verzinken
TECHNISCH INFOBLAD 10
Corrosieweerstand van thermisch verzinkt staal
TECHNISCH INFOBLAD 11
Zinkapplicatiemethoden