case history - realisatie 1995

Expo Paviljoen Hoek van Holland

geschiedenis

Het EXPO Paviljoen aan de boulevard in Hoek van Holland werd in 1994 door de Gemeente Rotterdam gerealiseerd als tijdelijk expositiegebouw. Oorspronkelijk was het de bedoeling het paviljoen na vijf jaar te demonteren, zodra het zijn functie als informatiecentrum over de verkeersafhandeling van de scheepvaart op de Nieuwe Waterweg zou hebben vervuld.

Zo ver is het echter niet gekomen. De ruimtes zijn tegenwoordig in gebruik als restaurant en bar, een plek waar dagjesmensen graag verblijven. Al vroeg op de dag klappen zij hun stoeltjes uit om vanaf de boulevard de indrukwekkende zeeschepen voorbij te zien trekken

eigenschappen afmeervoorziening

  • Bouwjaar 1995
  • Omdat het gebouw oorspronkelijk slechts voor een periode van vijf jaar was bedoeld, zijn bouwfysische maatregelen tot een minimum beperkt. Zo is bij de uitvoering nauwelijks rekening gehouden met koudebruggen en werd het gevelglas rechtstreeks op de staalconstructie verlijmd. Uitsluitend in de zichtstrook is dubbel glas toegepast, om condensvorming daar te voorkomen.

    Aan de overzijde van de Nieuwe Waterweg bevindt zich het uitgestrekte industriegebied Europoort, met onder meer ertsoverslag, brandstofraffinage en een energiecentrale.

thermisch verzinkt staal

Het gebouw is op fraaie wijze uitgevoerd in thermisch verzinkt staal. Het ontwerp van CEPEZED verkeert ruim 28 jaar na plaatsing nog steeds in goede staat; aantasting door roest is nergens zichtbaar. Wel is op kolommen die volledig aan de wind zijn blootgesteld en op de delen waar RVS-netten zijn aangebracht een grijszwarte verkleuring van de zinklaag waarneembaar. Volgens de eigenaar van het paviljoen, die het gebouw jaren geleden van de Gemeente Rotterdam heeft gekocht, waren deze netten bedoeld om geluid te reduceren. De in de gevel toegepaste roosterelementen hadden namelijk de neiging om bij wind te gaan fluiten.

Door galvanische corrosie, veroorzaakt door het directe contact tussen RVS en zink in een vochtig klimaat met een hoge concentratie (zee)zouten, is de zinklaag lokaal verkleurd van bruin naar antracietgrijs en soms zelfs naar zwart.

In 2010 bedroeg de gemiddelde zinklaagdikte respectievelijk 191, 225 en 289 micron, met een laagste gemeten waarde van 161 micron. In 2022 zijn opnieuw metingen uitgevoerd; op de warmgewalste liggers werd een gemiddelde laagdikte van circa 185 micron gemeten, met een hoogste waarde van 214 micron en een laagste waarde van 146 micron. Helaas zijn deze resultaten niet goed met elkaar te vergelijken, omdat de exacte meetlocaties uit 2010 niet bekend zijn.

Per saldo mag worden geconcludeerd dat sprake is van een zeer normale afname van de zinklaagdikte, overeenkomstig de zinkcorrosie die in een C3-omgeving mag worden verwacht, namelijk circa 1 tot 1,5 micron per jaar. Daarbij dient te worden opgemerkt dat dit één van de zwaarst belaste locaties in Nederland is: direct aan zee, volledig blootgesteld aan de wind en bovendien in de nabijheid van chemische industrie, die, afhankelijk van de windrichting, zeker invloed kan hebben op de levensduurverwachting.

Verwacht mag worden dat de hoofdconstructie van dit fraaie paviljoen zonder problemen nog een tweede termijn van 28 jaar kan doorstaan. Daarbij blijft de vraag of het bouwwerk in de toekomst alsnog zal worden gedemonteerd om op een andere locatie te worden herplaatst. In dat geval kan het verzinkte staal eenvoudig opnieuw worden behandeld, waarna het wederom decennialang een markante en duurzame verschijning zal zijn.

Kortom: is ook dit verzinkte bouwwerk wellicht een pionier op het gebied van de circulaire economie? We volgen het met belangstelling.