OPDRACHTGEVER:
HOOFDAANNEMER:
STAALBOUWER:
ARCHITECT:
STUDIEBUREAU:
BOUWTIJD:
FOTOGRAAF:
Het kunstwerk/de fietsenstalling bevindt zich op één van de drukste verkeersknooppunten van de stad Aalst. Een unieke mix van treinen, scheepvaart, bussen, auto’s, fietsers en voetgangers kruist er elkaar. Aanpalend aan deze plek is er het nieuw Administratief Centrum van de stad met haar beeldbepalende gevel met gekleurde vlakken.
Een dubbelzinnige opdracht: functioneel kunstwerk
De opdracht was om een kunstwerk te realiseren tegenover het Administratief Centrum waar ook fietsen onder gestald kunnen worden. Men kan zich afvragen of een kunstwerk deze rol wel kan opnemen. Kunst en bruikbaarheid spreken elkaar in principe tegen. Het maakte deze opdracht tot een riskante onderneming maar daarom misschien juist interessanter. De uiteindelijke ontwerpstrategie bestond er in om het dubbelzinnige karakter van dit project niet te ontwijken maar integendeel juist te versterken:
Het kunstwerk bestaat uit een groep schijnbaar wild geplaatste fietsbeugels (‘nietjes’) gedeeltelijk overdekt door elkaar overlappende blauwe vlakken.
De plaatsing van de fietsbeugels weerspiegelt de diverse bewegingen rond deze plek. Vanuit verschillende richtingen kunnen fietsers het plein voor het Administratief Centrum oprijden en in het natuurlijke verlengde van hun beweging een beugel vinden. Deze logica zorgt voor een ‘wilde’ compositie, een ruimtelijk spel van verzinkte stalen buizen. In tegenstelling tot een klassiek ‘geordend’ fietsenrek dat leeg een troosteloze aanblik biedt zal ze daarmee zowel met als zonder fietsen haar ruimtelijke kwaliteiten behouden. In hun eenvoud herinneren ze aan de stalen speeltuigen van vroeger zoals ze onder andere ontworpen werden door de Nederlandse architect Aldo Van Eyk in de jaren ’50.
De fietsen worden gedeeltelijk overdekt door elkaar overlappende blauwe vlakken. T-vormige verzinkte stalen palen ondersteunen als krukken vijftien dakjes. Ze kantelen elk op hun manier naar het midden toe en vormen samen één dak. Ze lijken kwetsbaar, alsof ze samen elk moment ook een andere positie zouden kunnen aannemen. De dakjes hebben verschillende blauwtinten. Tinten die de kleur van de lucht weerspiegelen en bijdragen aan de lichtheid van de constructie. Tegelijk wordt ze daarmee een frivole tegenhanger voor het Administratief Centrum met haar gekleurde vlakken in witte, gele, lichtbruine en rode tinten.
Geen enkele oppervlaktebehandeling weerstaat zo goed intensief gebruik als thermisch verzinken. Fietsaanleunsystemen worden per definitie zwaar belast. Het was dan ook een voor de hand liggende keuze om zowel de beugels als de palen van de dakjes thermisch te verzinken.
Naast duurzaamheid is het vooral ook een esthetische keuze geweest om te verzinken. Zink ‘leeft’. Naargelang de blootstelling krijgt ze een andere kleur en glans. In tegenstelling tot veel andere systemen zorgt de veroudering juist voor een meerwaarde, de ‘patine’.
Daarnaast was het ook belangrijk dat de fietsenstalling zich inschrijft in zijn omgeving en er de dialoog mee aangaat. Er is daarom gekozen om ons te laten inspireren door de vormgeving van straatmeubilair en verkeerssignalisatie. Om evidente redenen (duurzaamheid, corrosiebestendigheid) wordt ook daar vaak gebruik gemaakt van thermisch verzinkte buizen. Ook de eenvoudige en zichtbare montage van de dakjes met beugels bijvoorbeeld refereert bewust naar de bevestiging van verkeersborden.