De volgende drie Europese normen zijn van toepassing op het thermisch verzinken. Zij zijn complementair en vormen om die reden een onafscheidbaar geheel.
EN ISO 1461 (2022) “Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - Specificaties en beproevingen”
EN ISO 14713 (2010) “Zinken deklagen” – Deel 1: “Richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie” en deel 2: “Thermisch verzinken”
EN ISO 10684 (2004; momenteel in herziening) ” Bevestigingsartikelen - Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen”
Los van bovengenoemde normen bestaat er nog een separate norm voor buismaterialen (transportleidingen) die in een geautomatiseerd proces worden verzinkt, de EN 10240 (1998).
De EN ISO 1461 specificeert de algemene eigenschappen van thermisch verzinkte coatings en testmethoden voor thermisch verzinkte coatings die worden aangebracht door gefabriceerde ijzeren en stalen voorwerpen (inclusief bepaalde gietstukken) in een zinksmelt (met niet meer dan 2% andere metalen) te dompelen.
Iedere vijf jaar is er, conform de internationale voorschriften, een stemming nodig door alle aangesloten nationale commissies, waarbij wordt gevraagd of de bestaande norm ongewijzigd vijf jaar kan worden verlengd, of dat er een herziening nodig is. In 2019 werd geconcludeerd dat een wijziging noodzakelijk was vanwege de verzamelde feedback op de norm.
Elke herziening is dus het gevolg van op- en aanmerkingen op de inhoud gedurende het toepassen van de norm. In het bijzonder zijn er wijzigingen aangebracht op aspecten zoals het uiterlijk, de laagdikte en het herstellen van schades. Door deze aanpassingen is er meer duidelijkheid gecreëerd over wat wel of niet toelaatbaar is.
Ontwikkelingen op het vlak van chemische staalsamenstellingen gaven eveneens aanleiding om de tekst aan te passen. De omschrijving van de wijze van laagdiktemetingen is gewijzigd. Deze was niet altijd duidelijk, waardoor er af en toe een discussie ontstond die feitelijk overbodig was.
De laagdiktetabel, met daarin de vereisten van de laagdikten gekoppeld aan een bepaalde staalsectiedikte, is ongewijzigd gebleven. Wel zijn er omwille van de veranderende staallegeringen en staalfabricages een aantal opmerkingen toegevoegd. Bijvoorbeeld staalsoorten met een zeer laag siliciumgehalte kunnen mogelijkerwijze niet voldoen aan de vereisten van laagdikte, behorende bij de betreffende staalsectiedikte. In dat geval worden de waardes van een lagere sectiedikte aangehouden als vereiste waardes.
Eveneens is het belangrijk om te weten dat bijvoorbeeld kop- en voetplaten aan langere profielen niet langer hoeven te worden meegenomen in de metingen van laagdiktes. Vaak zijn dergelijke aangelaste delen minder dik of minder reactief tijdens de zinklaagvorming.
Het verkrijgen van een optimaal verzinkresultaat kan en mag niet los worden gezien van het ontwerp van het voorwerp en materiaalkeuze. In de EN 14713-2 vindt u informatie hierover.
De normenserie EN ISO 14713 bestaat uit 3 delen:
Deel 1 geeft richtlijnen over de mate van corrosiewering die zinken deklagen bieden bij toepassing op ijzeren en stalen voorwerpen in verschillende milieus. Deze richtlijnen en aanbevelingen behandelen aspecten van belang voor het kiezen van de juiste behandelmethode en kenmerken van belang voor het ontwerp, het te kiezen materiaal, de samenstelling en corrosie.
In deel 2 worden de algemene ontwerpbeginselen weergegeven die van toepassing zijn op producten die ter bescherming tegen corrosie moeten worden verzinkt. Hierin wordt de invloed van de toestand van het te verzinken voorwerp op de kwaliteit van het verzinken aangehaald, maar ook de invloed van het thermische verzinkproces op het te verzinken voorwerp. Ook aanbevelingen over transport en opslag hebben een plaatsje gevonden in de tekst.
Deze norm behandelt bevestigingsartikelen van staal met metrische schroefdraad. Deze schroefdraad loopt van M8 tot en met M64. De sterkteklasse geldt tot en met 10.9 voor bouten, schroeven en tapeinden, en tot en met 12 voor moeren. In deze norm zijn ook de markeringen van de artikelen en de zinklaagdikte opgenomen.
De volgende twee Europese normen zijn van toepassing op de duplexsystemen. Naast de normen die betrekking hebben op het thermisch verzinken of sherardizeren gelden:
EN 15773 (2018) “Het industrieel aanbrengen van organische poederdeklagen op thermisch verzinkt of gesherardiseerd staal (duplexsystemen) - Specificaties, aanbevelingen en richtlijnen”
EN 13438 (2013) “Verf en vernissen - Organische poederdeklagen voor gegalvaniseerde en stalen producten voor constructiedoeleinden”
NEN 5254 (2003) “Het industrieel aanbrengen van een natlakverfsysteem op thermisch verzinkte of gesherardiseerde producten (duplexsysteem)”
Praktijkrichtlijn Poeder en Natlak op verzinkte ondergronden (2021)
Naast bovenstaande normen zijn er ook kwaliteitslabels zoals Qualisteelcoat en GSB International. Beide zijn een soort van kwaliteitsborging waarbij een aangesloten organisatie zijn processen vastlegt en periodiek laat toetsen.
Deze norm voor systemen met poederlakken geeft eisen aan alle partijen, die de kwaliteit van het uiteindelijke duplexsysteem bepalen. Belangrijk is dat partijen geïnformeerd zijn over ontwerp en doel van het uiteindelijke product. Achteraf moet duidelijk zijn dat deze informatieuitwisseling heeft plaatsgevonden.
Deze norm geeft eisen te stellen aan poeders die voor duplexsystemen gebruikt moeten worden en testen voor deze poeders.
Deze herwerkte norm met richtlijnen kan worden gebruikt voor duplexsystemen met andere organische deklagen dan poederlakken, zijnde natlakverfsystemen.