Kenniscentrum
ZEKER ZINK Handboek
Voor het discontinu thermisch verzinken is het van belang dat er goed overleg is tussen de verzinker en de opdrachtgever/ klant. De verzinknorm EN ISO 1461 beschrijft de functionele eisen die gesteld worden aan de corrosiewerende werking van de aangebrachte zinklaag.
Ten behoeve van de kwaliteit en veiligheid tijdens het verzinkproces moet worden voldaan aan de constructieve eisen uit de EN ISO 14713 deel 1 en 2. (poster: ”Goed en veilig verzinken”). In de norm wordt ook het belang van de keuze in staalsamenstelling beschreven (deel 2, tabel 1). Het gesmolten en dus vloeibare zink in het zinkbad bestaat voor minimaal 98% uit zuiver zink.
Discontinu thermisch verzinken is meer dan een laagje zink aanbrengen op staal. Het is een metallurgisch proces dat zorgt voor een zink-ijzerlegering met een optimale hechting tot gevolg.
(ZIE AFBEELDING VII)
Onverzinkte plekken mogen in totaal niet meer dan 0,5% van het totale oppervlakte beslaan.
Afgekeurde objecten moeten volgens paragraaf 6.3 van de norm worden bijgewerkt of opnieuw worden verzinkt tenzij anders is overeengekomen.
Door opdrachtgever:
Door verzinkerij:
ZEKER ZINK Handboek
ZEKER ZINK Handboek
Tabel 1 — Minimale deklaagdikte en massa voor monsters die niet zijn gecentrifugeerd
| Voorwerp en dikte voorwerp | Plaatselijke deklaagdikte (minimum) µm | Plaatselijke deklaagmassa (minimum) g/m2 | Gemiddelde deklaagdikte (minimum) µm | Gemiddelde deklaagmassa (minimum) g/m2 |
|---|---|---|---|---|
| Staal > 6 mm | 70 | 505 | 85 | 610 |
| Staal > 3 mm tot 6 mm | 55 | 395 | 70 | 505 |
| Staal 1,5 mm tot 3 mm | 45 | 325 | 55 | 395 |
| Staal < 1,5 mm | 35 | 250 | 45 | 325 |
| Gietstukken 6 mm | 70 | 505 | 80 | 575 |
| Gietstukken < 6 mm | 60 | 430 | 70 | 505 |
Tabel 2 — Minimale deklaagdikte en massa voor monsters die zijn gecentrifugeerd
| Voorwerp en dikte voorwerp | Plaatselijke deklaagdikte (minimum) µm | Plaatselijke deklaagmassa (minimum) g/m2 | Gemiddelde deklaagdikte (minimum) µm | Gemiddelde deklaagmassa (minimum) g/m2 |
|---|---|---|---|---|
| Voorwerpen met schroefdraad: > 6 mm middellijn | 40 | 285 | 50 | 360 |
| Voorwerpen met schroefdraad: 6 mm middellijn | 20 | 145 | 25 | 180 |
| Overige voorwerpen (inclusief giet-producten): > 3 mm | 45 | 325 | 55 | 395 |
| Overige voorwerpen (inclusief giet-producten): < 3 mm | 35 | 250 | 45 | 325 |
ZEKER ZINK Handboek
Voor verzinken is de staalsamenstelling van groot belang. Afhankelijk van de legeringscomponenten Si en P in het staal, maar ook aluminium, nikkel, tin, koolstof, mangaan en zwavel, kan de dikte en daarmee de ruwheid van de zinklaag sterk variëren.
Voor esthetisch verzinken is het dan ook sterk aan te raden een proefstuk te laten verzinken. De hieronder getoonde tabel geeft voor Si en P aan binnen welke bandbreedte reactiviteit van het staal is te verwachten en waar de reactiviteit minder sterk is. De categorieën A en B geven over het algemeen een glad oppervlak na verzinken.
Staal dat bedoeld is voor lasersnijden, het zogenaamde MC staal, geeft zonder dat het geruwd is een dunne zinklaag. Het kan voorkomen dat door de keuze voor MC staal, de door de norm gestelde laagdikte niet gehaald kan worden zonder aanvullende maatregelen zoals stralen.
Eigenschappen van de deklaag in relatie tot de staalsamenstelling
| Categorie (informatief) | Typische percentages reactieve elementen | Aanvullende informatie | Typische eigenschappen deklaag |
|---|---|---|---|
| A | ≤ 0,03 % Si en < 0,02 % P | Zie Opmerking 1 | De deklaag heeft een glanzend uiterlijk met een fijne textuur. De buitenste zinkdeklaag maakt deel uit van de structuur van de deklaag. |
| B | 0,14 % Si tot ≤ 0,25 % Si | Fe/Zn-legering kan doorlopen tot het oppervlak van de deklaag. De deklaagdikte neemt toe naarmate het siliciumgehalte hoger is. Ook andere elementen kunnen de reactiviteit van het staal beïnvloeden. Met name een fosforgehalte boven de 0,035 % geeft verhoogde reactiviteit. |
|
| C | > 0,03 % Si tot ≤ 0,14 % Si | Er kunnen zich buitensporig dikke deklagen vormen. | De deklaag heeft een donkerder uiterlijk met een grovere textuur. IJzer-zinklegeringen zijn sterk bepalend voor de structuur van de deklaag en lopen vaak door tot aan het oppervlak van de deklaag, wat de weerstand tegen beschadigingen vermindert. |
| D | > 0,25 % Si | De deklaagdikte neemt toe naarmate het siliciumgehalte hoger is. |
|
| OPMERKING 1: Staalsoorten met een samenstelling volgens de formule Si + 2,5P ≤ 0,09 % hebben zeer waarschijnlijk dezelfde eigenschappen. Voor koudgevormd staal gelden deze eigenschappen naar alle verwachting ook, mits de samenstelling van het staal voldoet aan de formule Si + 2,5P ≤ 0,04 %. OPMERKING 2: De aanwezigheid van legeringselementen (bijv. nikkel) in het gesmolten zink kunnen grote invloed hebben op de eigenschappen van de deklaag zoals aangegeven in deze tabel. De aanwijzingen in deze tabel zijn niet van toepassing voor hogetemperatuur verzinken (d.w.z. dompelen in gesmolten zink van 530 °C tot 560 °C). OPMERKING 3: Andere factoren kunnen de staalsamenstellingen in de tabel beïnvloeden. In dat geval kunnen de aangegeven grenswaarden wat verschuiven. OPMERKING 4: Staalsoorten met samenstellingen < 0,01% Si met een aluminium gehalte van > 0,035% kunnen een lagere reactiviteit vertonen met als gevolg een zinklaagdikte die minder is als verwacht. Ook de cohesie tussen de zink-ijzer legeringslagen kan verminderd zijn. OPMERKING 5: Het ontwerp van het te verzinken voorwerp is ook van invloed op de deklaagkenmerken. |
|||
ZEKER ZINK Handboek
Met de Zinc Coating Life Predictor kan een zeer betrouwbare benadering van de levensduur van de zinklaag worden berekend.
| Materiaaldikte | < 1,5 mm | ≥ 1,5 - ≤ 3,0 mm | ≥ 3,0 - ≤ 6,0 mm | > 6,0 mm | |
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. minimale zinklaagdikte | 45 μm | 55 μm | 70 μm | 85 μm | |
| Gemiddelde corrosiesnelheid (μm) | |||||
| Gemiddelde verwachte levensduur in jaren | |||||
| C1 | <0,05 | >>100 | >>100 | >>100 | >>100 |
| C2 | 0,225 | >>100 | >>100 | >>100 | >>100 |
| C3 | 0,75 | 60 | 73 | 93 | >100 |
| C4 | 1,65 | 27 | 33 | 42 | 51 |
| C5 | 3,3 | 13,5 | 16,5 | 21 | 25 |
| CX | 8,7 | 5,1 | 6 | 8 | 10 |
| OPMERKING 1: Gemiddelde gecalculeerde atmosferische corrosie gebaseerd op de ISO 9224 met als basis de ISO 9223 ten aanzien van de indeling van corrosiecategorie. De berekende periode is tijd die is verstreken tot het moment dat er sprake is van 5% bruine roest. Levensduur berekend op basis van de minimum diktes zoals bepaald in de norm ISO 1461. OPMERKING 2: Veruit het grootste deel van de Benelux is in te delen onder corrosie categorie C3. Incidenteel in de buurt van zeehavens in combinatie van opslag van ertsen of zware industrie, kan er sprake zijn van C4 (Bijvoorbeeld: Antwerpen, Gent, Rotterdam, IJmuiden). De categorie CX is meestal een spotbelasting en dus omstandigheden welke zich voordoen op specifieke locaties. OPMERKING 3: Thermisch verzinkt staal kan in elke corrosiecategorie worden toegepast. De onderhoudsvrije levensduur van de conservering zal, bij toenemende belasting, verkorten. |
|||||
ZEKER ZINK Handboek
1a: Let op de grootte van de in- en uitstroomopeningen en de ontluchtingsgaten (zie tabel bij check 6).
1b: Voorzie okselstukken, verstijfstukken, kop- en voetplaten van uitsparingen.
1c: BLINDE gaten wordt zeer sterk ontraden. Ingesloten ruimtes en vocht kunnen leiden tot explosies tijdens het verzinken en zijn daarmee een risico voor de werknemers van de verzinkerij. Als niet inspecteerbare (blinde) gaten worden aangebracht moet hiervan bewijs worden aangeleverd. Raadpleeg uw verzinkbedrijf voor de juiste plaats van de gaten.
1d: Vermijd kleine ruimten tussen overlopende platen en profielen. Als het niet anders kan, breng ontluchtingsgaten
aan indien contactvlak ≥ 100 cm2.
1e: Let op uitsparingen in eventueel aanwezige schotten.
1f: Tanks en vaten : voorzie uitvloei-openingen van minimaal Ø 100 mm per 500 liter inhoud. Gaat u vaten en warmtewisselaars uitwendig verzinken of u last schotten/platen in de tank? Raadpleeg en informeer uw verzinkbedrijf! Twijfel? Vraag uw verzinkbedrijf naar grootte, aantal en plaats van de uitvloei-openingen.
Voorzie minimaal 2 mm extra ruimte voor scharnieren, grendels en andere bewegende delen (afhankelijk van de materiaaldikte).
Vloeistof en/of lucht in holle ruimtes kunnen tijdens het
verzinken leiden tot vervorming of explosies. Dit kan leiden
tot gevaarlijke situaties voor medewerkers en schade aan
installaties.
Check 8 – staat van het te verzinken materiaal
Is uw staal geschikt voor thermisch verzinken? Welke eisen stelt u aan uiterlijk en beschermingsduur? Raadpleeg uw staalleverancier en het verzinkbedrijf. Lees ook de eisen in de norm EN ISO 14713-1 en EN ISO 14713-2 .
Check 9 – Schroefdraadproducten
Gebruik alleen thermisch verzinkte bouten bij de montage van thermisch verzinkte constructies. Voorzie de moer na het verzinken van schroefdraad, zodat de bouten perfect passen. Geen zinklaag in de schroefdraad van de moer beïnvloedt de corrosiewering niet; de zinklaag op de bout beschermt de moer.
ZEKER ZINK Handboek
ZEKER ZINK Handboek
ZEKER ZINK Handboek
ZEKER ZINK Handboek
Onderworpen aan een bestek en een voorafgaand akkoord
ZEKER ZINK Handboek
Opmerkingen:
Indien gekozen wordt voor een esthetisch uiterlijk:
Kortom: het grootste verschil tussen een functioneel en een esthetisch uiterlijk wordt gemaakt door het ontwerp, het staaloppervlak, de chemische staalsamenstelling en bovenal door een pro-actieve dialoog met uw verzinker.
ZEKER ZINK Handboek
EN ISO 1461 - Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen – Specificaties en beproevingsmethoden
EN ISO 14713-1 - Zinken deklagen –richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie – Deel 1: algemene ontwerpbeginselen en corrosieweerstand
EN ISO 14713-2 - Zinken deklagen –richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie – Deel 2: Thermisch verzinken
1. Onderwerp
Deze handleiding beschrijft aandachtspunten voor het voorschrijven van het discontinu thermisch verzinken van een staalconstructie of stalen voorwerpen volgens de geldende normen en de ZEKER ZINK classificatie. Het wordt aanbevolen om het thermisch verzinken uit te laten voeren bij één van de aangesloten verzinkerijen van Zinkinfo Benelux.
2. Doel
Zinkinfo heeft een classificatiesysteem opgezet dat als tool zal worden ingezet om de dialoog tussen de verschillende marktpartijen en de verzinkers te stimuleren. Basis van de classificering is de EN ISO 1461, de huidige norm voor discontinu thermisch verzinken. We maken onderscheid tussen enerzijds Klasse F, wat staat voor Functioneel verzinken, en anderzijds Klasse E, Esthetisch Verzinken.
De EN ISO 1461 beschouwt esthetische of decoratieve overwegingen van secundair belang. Bepaalde toepassingen/klanten eisen een hoge visuele afwerkingsgraad. Om aan het verwachtingspatroon van dergelijke klanten te kunnen voldoen is het van essentieel belang om vooraf goede afspraken te maken op het vlak van esthetische afwerking. Klasse E moet hierop een antwoord bieden.
Daarnaast is er ook een lijst met opties die klant-specifiek kan worden toegepast. Hieronder een tabel met de inhoudelijke invulling van de beide klassen.
| KLASSE F | KLASSE E |
|---|---|
| Beschrijving van de functionele eisen gesteld aan de corrosie werende werking van de aangebrachte zinklaag volgens EN ISO 1461 | Gehele constructie wordt ontdaan van scherpe punten, zinkasresten en oneffenheden |
| Beschrijving van de constructieve eisen zoals bepaald in EN ISO14713-1 en 2 (Checklist Goed en Veilig Verzinken) | Droge opslag (o.a. tegen vlekken ten gevolge van zinkcorrosie) |
| EN ISO 1461 definieert geen esthetische eisen | Onverzinkte plekken ook esthetisch behandelen |
| De zinksmelt bestaat minimaal uit 98% zuiver zink | Specifieke nabewerking van zijdes die door de klant zijn aangeduid |
Klasse E wordt als één ondeelbaar pakket aangeboden, maar het spreekt vanzelf dat elk van de punten die onder Klasse E vallen, ook als individuele optie kan worden overeengekomen.
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| In opdracht vermelden: Thermisch verzinken volgens EN ISO 1461 en klasse Functioneel verzinken volgens ZEKER ZINK | In opdracht vermelden: Thermisch verzinken volgens EN ISO 1461 en klasse Esthetisch verzinken volgens ZEKER ZINK |
3. Informatieverstrekking
Het is van essentieel belang voor het welslagen van het thermisch verzinken dat de klant reeds tijdens de ontwerpfase, rechtstreeks of via zijn staalconstructeur, contact opneemt met de verzinkerij of met Zinkinfo Benelux, niet alleen om zijn precieze behoeften kenbaar te maken maar ook in verband met de bruikbare afmetingen van het zinkbad.
In geval er constructies ontworpen dienen te worden die groter zijn dan de nuttige bad-afmetingen en/of die holle delen bevatten moet er overleg gepleegd worden met de verzinkerij of met Zinkinfo Benelux.
4. Specificaties
4.1 Ontwerpeisen – Punt 6 van EN ISO 14713-1 en punt 4 en bijlage A van EN ISO 14713-2
Bij de detaillering van een constructie of onderdeel dient rekening gehouden te worden met de eisen en eigenschappen van de conserveringsmethode. In punt 6 van EN ISO 14713-1 zijn algemene ontwerp-beginselen om corrosie te vermijden vermeld. In punt 4 van EN ISO 14713-2 zijn de specifieke aan-bevelingen voor het thermisch verzinken opgenomen. In Bijlage A van EN ISO 14713-2 zijn een aantal voorkeursontwerpen van constructiedetails ten behoeve van het thermisch verzinken weergegeven. (zie ook Technisch Infoblad nr. 3 Thermische vervorming door het verzinken).
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Bij de detaillering dient rekening gehouden worden met in- en uitloop van vloeibaar zink, dat bij afkoeling zinkverdikkingen kan veroorzaken |
4.2 Samenstelling van het staal – punt 6 van EN ISO 14713-2
De dikte van de thermisch zinklaag wordt in hoofdzaak bepaald door de wanddikte van het staal. Daarnaast zijn er verschillende parameters die niet alleen de dikte maar ook het uiterlijk en de mechanische eigenschappen van de zinklaag beïnvloeden.
De staalsamenstelling (en meer bepaald de Si- en P- gehaltes) is de belangrijkste van die parameters. De aanwezigheid van bepaalde hoeveelheden van deze elementen in het staal veroorzaakt een versnelling van de diffusiereactie tussen staal en gesmolten zink en dus ook van de vorming van de Fe-Zn legeringslagen. Zo wordt de deklaag dikker, kan haar mechanische belastbaarheid afnemen (risico van het loskomen van de zinklaag ten gevolge van een plaatselijke schok) en kan zij een mat, marmerachtig uitzicht vertonen. (zie ook Technisch Infoblad nr. 18 Invloed van de chemische samenstelling op de vorming van de zinklaag).
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| De staalsamenstelling dient bij voorkeur te voldoen aan categorie A of B van tabel 1 punt 6.2 van EN ISO 14713-2 (zie tabel op blz.11). In geval van een afwijkende staalsamenstelling is overleg met de verzinkerij noodzakelijk. | De staalsamenstelling moet voldoen aan categorie A of B van tabel 1 punt 6.2.van EN ISO 14713-2 (zie tabel op blz.11). |
| Belangrijke opmerking: Een ontvangstcertificaat ‘3.1’ of ‘3.2’ volgens de norm EN 10204 kan aangevraagd worden bij de bestelling van het staal. Ingeval van twijfel over het gedrag van een bepaalde staalsoort bij het verzinken verdient het aanbeveling de verzinkerij te raadplegen en zo nodig hem te vragen enkele representatieve staalmonsters te verzinken. Bij gelaste constructies moet eveneens gelet worden op de samenstelling van de lasdraad of elektrode. Om overdiktes op de lasnaad te vermijden en mogelijke hechtingsproblemen van de zinklaag uit de weg te gaan moet men lasmetaal gebruiken dat niet meer dan 0,7 % Si bevat. (zie ook technisch infoblad nr. 5 Lassen vóór thermisch verzinken |
|
4.3 Oppervlaktetoestand van het staal (punt 6.4 van EN ISO 14713-2)
Het staal mag roest en een walshuid van normale dikte vertonen; deze worden bij de verzinkerij verwijderd door beitsen in zuur (aanbevolen methode). Het staal moet vrij zijn van lasslakken, lasspetters, verf- en vernisresten, siliconen (lassprays), grof vet, bitumen, residueel zink en markeringen met verf of vet krijt
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Geen aanvullende eisen | Het staaloppervlak moet vrij zijn van oppervlaktefouten zoals overwalsingen (dubbelingen) splinters e.d. |
4.4 Oppervlakteruwheid van het staal (punt 6.5 van EN ISO 14713-2)
De ruwheid van het staaloppervlak is van invloed op de dikte en structuur van de thermisch zinklaag. Het effect van een ongelijkmatig oppervlak van het basismateriaal blijft zichtbaar na het discontinu thermisch verzinken.
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Geen aanvullende eisen | oppervlakte ruwheid specificaties ISO 8503 (gestraald oppervlak) |
4.5 Merktekens, markeringen en sticker(resten)
Indien onderdelen van constructies gemerkt moeten worden kan dit het beste gebeuren d.m.v. slagcijfers of door het aanbrengen van ijzeren merkplaatjes die ook na het thermisch verzinken zichtbaar zijn (zie ook Technisch Infoblad nr. 8 Identificatie van thermisch te verzinken onderdelen). Eventuele tijdelijke markeringen moeten in de standaard voorbehandeling verwijderd kunnen worden.
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Blijvende merktekens moeten worden aangebracht met slagletters of oplassen. Overige merktekens en markeringen die met verf en/of vetkrijt zijn aangebracht moeten voor transport naar de verzinkerij verwijderd worden. Stickers en stickerresten moeten volledig verwijderd worden. | Blijvende merktekens moeten worden aangebracht met slagletters of oplassen. De plaats van deze merktekens moet zodanig gekozen worden dat deze na montage niet storend zijn. Overige merktekens en markeringen mogen niet met vetkrijt of verf worden aangebracht. Stickers en stickerresten moeten volledig verwijderd worden. |
4.6 Lassen
De lasnaden moeten glad en poriënvrij zijn. (zie ook Technisch Infoblad nr. 5: Lassen vóór thermisch verzinken).
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Door de samenstelling van het lasdraad is het mogelijk dat de zinklaag op gladgeslepen lassen dikker is. | Ter voorkoming van verdikkingen moet het siliciumgehalte van het lasdraad, ≤ 0,7% zijn. Bij TIG lassen bestaat er geen risico op verdikkingen. |
4.7 Ophanggaten of hijsogen
De constructies of constructieonderdelen dienen van ophanggaten of hijsogen voorzien te zijn. De exacte plaats waar deze worden aangebracht, kan het best in overleg met de verzinkerij bepaald worden.
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Geen aanvullende eisen | De plaats van de hijsogen moet zodanig gekozen worden dat het object tijdens het verzinken geen of zo min mogelijk horizontale vlakken heeft. Overleg met de thermische verzinkerij is hierbij van belang |
4.8 Mechanische bewerkingen
Alle mechanische bewerkingen, zoals ponsen, boren, zagen, snijden maar ook lassen, dienen bij voorkeur vóór het verzinken te gebeuren. In gevallen waar dit niet mogelijk is, moet de beschadigde zinklaag bijgewerkt worden zie punt 6.3 EN ISO 1461
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Het bijwerken moet voldoen aan punt 6.3 van EN ISO 1461. De exacte wijze van bijwerken moet vooraf door opdrachtgever en verzinkerij worden afgesproken. | Het bijwerken moet voldoen aan punt 6.3 van EN ISO 1461. Het bijwerken met zinkrijke verf zoals is omschreven in de norm en het technisch infoblad 2 geeft esthetisch het beste resultaat. |
4.9 Ontluchtingsgaten, in- en uitstroomopeningen in holle constructieonderdelen of gesloten hoeken
Het aantal, de afmetingen en plaats van de ontluchtingsgaten en de in- en uitstroomopeningen, is van essentieel belang voor het slagen van het thermisch verzinken. Het is daarom absoluut noodzakelijk de aanwijzingen en adviezen hieromtrent in het bijgevoegde document ‘Checklist goed en veilig verzinken’ na te leven. Fouten ten opzichte van de bovengenoemde regels levert ernstig gevaar op voor het personeel van de verzinkerij (ontploffingen, spatten van gesmolten zink van 450°C). Ook kan het niet opvolgen van deze regels leiden tot vervorming, beschadiging van de onderdelen of de constructie of leiden tot onverzinkte plaatsen.
Opmerking:
In bijlage A van EN ISO 14713-2 zijn voorkeursontwerpen van constructiedetails ten behoeve van het thermisch verzinken weergegeven.
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Alle in- en uitstroomgaten aanbrengen conform de ‘Checklist goed en veilig verzinken’ | Alle in- en uitstroomgaten aanbrengen conform de ‘Checklist goed en veilig verzinken’. Bij de exacte plaatsbepaling van de gaten rekening houden met eventuele loopsporen door uit- en aflopend vloeibaar zink, Overleg met de verzinkerij verdient sterke aanbeveling |
4.10 Bevestigingsmiddelen
Alle bevestigingsmaterialen zoals bouten en moeren, onderlegringen, schetsplaten e.d. moeten bij voorkeur thermisch verzinkt worden conform de EN ISO 1461. Als alternatief kunnen er ook bevestigingsmiddelen van corrosievast staal gebruikt worden.
Boutverbindingen zijn het meest aangewezen voor thermisch verzinkte constructies daar de temperatuur die bereikt wordt bij lasverbindingen de zinklaag doet smelten, hetgeen reparaties vergt. Assemblage van verzinkte onderdelen op basis van afschuiving met hoge weerstandsbouten is mogelijk. Afhankelijk van de gewenste wrijvingscoëfficient, kan het noodzakelijk zijn de vlakken na verzinking op te ruwen, of de vlakken tijdens het verzinkingsproces vrij van zink te houden.
Wanneer thermisch verzinkte onderdelen gekoppeld worden met andere metalen is er steeds gevaar voor contactcorrosie. Meestal is het nodig een rechtstreeks metallisch contact te vermijden, bijvoorbeeld door het aanbrengen van een elektrische isolatie tussen de te verbinden stukken.
In punt 7.9 van EN ISO 14713-1 wordt ingegaan op contactcorrosie en is een tabel opgenomen met een indicatie van de effecten van het contact tussen zink en andere metalen. In onderstaande tabel is weergegeven welke combinatie betrouwbaar zijn (zie ook Technisch Infoblad nr. 4 Contactcorrosie en het voorkomen daarvan).
| Verzinkt staal gekoppeld met | Betrouwbaarheid van de combinatie | |
|---|---|---|
| opp. zink < opp. gekoppeld metaal | opp. zink > opp. gekoppeld metaal | |
| magnesium legering | goed | beperkt |
| thermisch verzinkt staal | goed | goed |
| aluminium legering | beperkt | goed |
| ongelegeerd staal | beperkt | beperkt/niet* |
| gietstaal | beperkt | beperkt/niet* |
| gelegeerd staal | beperkt | beperkt/niet* |
| roestvast staal | niet | goed |
| lood | beperkt | goed |
| tin | beperkt | goed |
| koper | niet | niet |
| nikkel legering | niet | goed |
| * de corrossiesnelheid van blank staal dat gekoppeld is aan zink is gering. Een kleine hoeveelheid roestwater zal zich echter snel over het zink verspreiden en uit esthetisch oogpunt niet acceptabele ‘roestvlekken’ veroorzaken. Daarom zal deze combinatie bijna altijd moeten worden afgewezen. |
||
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Alle bouten, moeren en schijven uitvoeren in centrifugaal thermisch verzinkt of RVS 304 of RVS 316 | Alle bouten, moeren en schijven uitvoeren in centrifugaal thermisch verzinkt of RVS 304 of RVS 316 |
4.11 Transport en opslag
Bij transport en opslag dienen maatregelen genomen te worden om de vorming van witroest te beperken. Vlekken ten gevolge van zinkcorrosie ontstaan wanneer er gedurende enige tijd een vochtfilm aanwezig is op het vers verzinkte staal (stagnerend vocht). Thermisch verzinkte stukken niet op de grond neerleggen, maar op balken harsvrij hout en bij voorkeur onder een bepaalde hellingshoek. Bij het stapelen (opslag, vervoer) zal men zorgen voor voldoende ruimte tussen de onderdelen, zodat een goede luchtcirculatie kan plaatsvinden.
Om de opslagtijd te beperken zal de montage zo snel mogelijk na het verzinken gebeuren. (zie ook Technisch Infoblad nr. 1 Vlekken door vochtige opslag)
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Geen aanvullende eisen | Na het thermisch verzinken de onderdelen of constructie droog en schoon opslaan en transporteren. Eventueel kunnen in overleg met de verzinkerij aanvullende maatregelen getroffen worden. |
4.12 Vereisten waaraan het verzinkte staal moet voldoen. Inspectiepunten
De afname - Inspectie
Een inspectie kan verricht worden door de opdrachtgever of diens gemachtigde of door de keuringsdienst van Zinkinfo Benelux, op kosten van de aanvrager en na overleg met de verzinkerij. Keuringen kunnen het best bij de bepaling van de contractuele voorwaarden afgesproken worden met de verzinkerij.
| Functioneel KLASSE F | Esthetisch KLASSE E |
|---|---|
| Een keuring omvat : - Controle op basis van acceptatiecriteria van de norm EN ISO 1461. - Controle van de zinklaagdikt - Aanwezigheid van onverzinkte plekken. Eventuele onverzinkte plekken mogen in het totaal niet groter zijn dan 0,5% van de totale oppervlakte van een voorwerp. Een individuele onverzinkte plek mag niet groter zijn dan 10 cm2. Indien onverzinkte plekken groter zijn, moet het betreffende voorwerp opnieuw worden verzinkt, tenzij anders is overeengekomen tussen opdrachtgever en thermische verzinkerij. (zie ook technisch infoblad nr. 9 inspectie van discontinu thermisch verzinkt staal) | Een keuring omvat : շ controle of de gehele constructie vrij is scherpe punten, zinkasresten en oneffenheden, witroest ed. շ controle van de zinklaagdikte. շ controle of eventuele onverzinkte plekken esthetisch zijn bijgewerkt. շ indien afgesproken controle op verpakking en eventuele overige afgesproken punten |
5. Lassen aan thermisch verzinkt staal
Moet aan het verzinkte materiaal nog gelast worden dan zal men eerst het zink afvijlen of afslijpen in de laszone. De lasnaad moet grondig gereinigd worden en de reparatie van de beschadigde zinklaag zal uitgevoerd worden op de eerder beschreven methoden. (zie ook Technisch Infoblad nr. 6 Lassen na het verzinken)
6. Het natlakken of coaten van thermisch verzinkt staal (duplexsysteem)
Indien na het verzinken een organische deklaag aangebracht moet worden (natlak of poedercoating) zal dit reeds bij de prijsaanvraag op duidelijke wijze medegedeeld worden aan de verzinkerij. EN 15773 en NEN 5254 beschrijven de kwaliteits- en communicatie-eisen in de toevoerketen (opdrachtgever, constructiebedrijf, verzinkerij en (poeder)spuiterij) met betrekking tot duplexsystemen.
In de ISO 12944-5 en de EN 13438 wordt informatie gegeven over organische deklagen die op thermische zinklagen worden aangebracht.
De eisen die gesteld kunnen worden aan een duplexsysteem zijn beschreven in de praktijkrichtlijn Poeder en Natlak op verzinkte ondergronden.
Bijzondere aandacht moet worden besteed aan afspraken ten aanzien van het deklaag (coating) gereedmaken.
7. Overzicht technische infobladen Zinkinfo
Zinkinfo Benelux heeft een groot aantal Technische Infobladen beschikbaar met aanvullende informatie per onderwerp.
ZEKER ZINK Handboek
ZEKER ZINK Handboek
ALGEMENE GARANTIEVOORWAARDEN THERMISCH VERZINKEN voor de Benelux van Zinkinfo Benelux - België
ALGEMENE GARANTIEVOORWAARDEN THERMISCH VERZINKEN voor de Benelux van Zinkinfo Benelux - Nederland
ALGEMENE GARANTIEVOORWAARDEN THERMISCH VERZINKEN voor Gebied buiten de Benelux