DUURZAAM & CIRCULAIR
Thermisch verzinken scoort op het gebied van duurzaamheid het hoogst van alle staalconserveringsmethoden. Bouwmaterialen van staal hebben al een goede milieubalans en de bescherming tegen corrosie door zink voegt daar veel aan toe. Een zinklaag gaat afhankelijk van de dikte en de kwaliteit van de atmosfeer vele tientallen jaren mee . Na gebruik wordt ijzer en staal ingezameld en gerecycled. Door de lange levensduur en hoge recycling heeft thermisch verzinkt staal vergeleken met geverfd of anders beschermd staal een uitstekend milieuprofiel.
In Nederland bracht Rijkswaterstaat in 2025 een Handreiking Duurzaam Staalconserveren 2.0 uit
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de ambitie uiterlijk in 2030 volledig klimaatneutraal te zijn en circulair te werken. Rijkswaterstaat heeft deze ambities omarmd. De Strategie naar Klimaatneutrale en Circulaire Rijksinfrastructuurprojecten (KCI) moet helpen om de gestelde ambities te realiseren.
Rijkswaterstraat maakt hierbij gebruik van de Milieukostenindicator (MKI). MKI wordt berekend op basis van een levenscyclusanalyse (LCA). LCA is een rekenmethode waarmee de milieubelasting wordt berekend van de gehele levenscyclus van een product; voor negentien verschillende milieu-impactcategorieën. Onder meer klimaatverandering (in kg CO2-eq), ozonlaagaantasting, verzuring, en toxicologische effecten zijn onderdeel van de berekening. De milieubelasting van de verschillende categorieën wordt gewogen en uitgedrukt in een 1-punts score, de milieukostenindicator, uitgedrukt in euro. Aan de hand van de MKI kunnen verschillende conserveringstechnieken worden vergeleken, rekening houdend met het passende onderhoudsregime.
In de leidraad heeft RWS een keuzeschema opgesteld om tot een conserveringseis te komen voor toekomstige nieuwbouwprojecten. Het schema geeft de meest duurzame keuze voor de conservering welke afhankelijk is van de levensduur van het object.
Uit dit schema blijkt dat thermisch verzinken bovenaan staat in de voorkeursvolgorde voor het conserveren van staal. Deze voorkeursvolgorde is tot stand gekomen op basis van een multicriteria-analyse voor de verschillende conserveringstechnieken. Thermisch verzinken geeft voor alle mogelijke restlevensduren van een constructie de laagste milieubelasting.
In onderstaande grafiek staat de MKI vergelijking van de verschillende conserveringssystemen geschikt voor atmosferisch belaste stalen constructies. Verfsystemen zijn het uitgangspunt, deze hebben een waarde van 100%. Bij een hoger percentage is het systeem minder duurzaam, bij een lager percentage is het duurzamer dan een verfsysteem. De MKI is afhankelijk van de levensduur van de constructie. Links in de grafiek de MKI van een constructie met een levensduur van 25 jaar, in het midden voor een constructie met een levensduur van 40 jaar en rechts met een levensduur van 100 jaar. Bij elk van de drie scoort thermisch verzinken merkbaar beter dan alternatieve conserveringssystemen.
Opdrachtgevers onderschatten vaak de impact van regulier onderhoud op de totale levenscycluskost van een staalconstructie.. Met thermisch verzinken ben je, in tegenstelling tot verfsystemen, voor tientallen jaren vrij van zorgen op het vlak van onderhoud. Het onderstaande voorbeeld van de Eiffeltoren illustreert dit perfect.