ZEKER ZINK Handboek

CHECKLIST GOED EN VEILIG VERZINKEN

Check 1 – openingen voor ontluchting en uitloop
Check 1 – openingen voor ontluchting en uitloop

1a: Let op de grootte van de in- en uitstroomopeningen en de ontluchtingsgaten (zie tabel bij check 6).
1b: Voorzie okselstukken, verstijfstukken, kop- en voetplaten van uitsparingen.
1c: BLINDE gaten wordt zeer sterk ontraden. Ingesloten ruimtes en vocht kunnen leiden tot explosies tijdens het verzinken en zijn daarmee een risico voor de werknemers van de verzinkerij. Als niet inspecteerbare (blinde) gaten worden aangebracht moet hiervan bewijs worden aangeleverd. Raadpleeg uw verzinkbedrijf voor de juiste plaats van de gaten.
1d: Vermijd kleine ruimten tussen overlopende platen en profielen. Als het niet anders kan, breng ontluchtingsgaten
aan indien contactvlak ≥ 100 cm2.
1e: Let op uitsparingen in eventueel aanwezige schotten.
1f: Tanks en vaten : voorzie uitvloei-openingen van minimaal Ø 100 mm per 500 liter inhoud. Gaat u vaten en warmtewisselaars uitwendig verzinken of u last schotten/platen in de tank? Raadpleeg en informeer uw verzinkbedrijf! Twijfel? Vraag uw verzinkbedrijf naar grootte, aantal en plaats van de uitvloei-openingen.

Check 2 – merken van het staal
Check 2 – merken van het staal
  • Let op de eisen in de norm EN 1090-2 (indien van toepassing).
  • Merk het staal door:
    • diepe inslagen in het materiaal, of
    • een lasrups, of
    • met ijzerdraad aangebrachte metalen merkplaatjes
      (géén aluminium)
Check 3 – vervormingen
Check 3 – vervormingen
  • Ontwerp symmetrisch.
  • Voorkom grote verschillen in staaldikte.
  • Hanteer de juiste lasvolgorde.
  • Beperk richtspanningen en spanningen door koudevervorming
    maximaal.
  • Dun plaatstaal moet in het zinkbad gelijkmatig kunnen
    uitzetten.
  • Breng gezette verstevigingen aan in het plaatoppervlak
Check 4 – bewegende delen
Check 4 – bewegende delen

Voorzie minimaal 2 mm extra ruimte voor scharnieren, grendels en andere bewegende delen (afhankelijk van de materiaaldikte).

Check 5 – vermijd holle ruimtes
Check 5 – vermijd holle ruimtes

Vloeistof en/of lucht in holle ruimtes kunnen tijdens het
verzinken leiden tot vervorming of explosies. Dit kan leiden
tot gevaarlijke situaties voor medewerkers en schade aan
installaties.

Check 6 – gaten en uitsparingen
Check 6 – gaten en uitsparingen
  • Boor gaten voor bouten minimaal 1,5 mm groter dan normaal.
  • Tap na het verzinken gaten met schroefdraad na.
  • Voorzie in ophanggaten of hijsogen zoals gevraagd door het verzinkbedrijf.
  • Donker gekleurde delen in de tekening indiceren de gaten aan de diagonale zijde.
  • De maten voor de uitsparingen betreffen de lengte van de rechthoek-zijde.
Check 7 – gelaste verbindingen
Check 7 – gelaste verbindingen
  • Verwijder lasslakken en –spatten.
  • Gebruik alleen siliconenvrije lasspray en maak het oppervlak schoon na het lassen.
  • Gebruik silicium-arm lasdraad en/of laselektroden om
    opgewerkte lassen na het verzinken te voorkomen.
  • Houd lassen goed gesloten en vrij van kraters ter voorkoming van roestwater.

Check 8 – staat van het te verzinken materiaal

Is uw staal geschikt voor thermisch verzinken? Welke eisen stelt u aan uiterlijk en beschermingsduur? Raadpleeg uw staalleverancier en het verzinkbedrijf. Lees ook de eisen in de norm EN ISO 14713-1 en EN ISO 14713-2 .

  • Beperkte roestvorming is toegestaan.
  • Verwijder grote hoeveelheden vet of olie. Verwijder alle oppervlakteverontreinigingen die niet compatibel zijn met thermisch verzinken. Snij-, pons,- en booroliën vormen geen probleem.
  • Verwijder vooraf verf en vernis.
  • Verwijder stikkerresten en lijmresten goed (anders is er kans op niet verzinkte plekken). Vermijd combinatie van oud en nieuw staal (voorkomt verschillen in visualiteit na het verzinken).
  • Ken de afmetingen van het zinkbad en pas het ontwerp daarop aan.

Check 9 – Schroefdraadproducten

Gebruik alleen thermisch verzinkte bouten bij de montage van thermisch verzinkte constructies. Voorzie de moer na het verzinken van schroefdraad, zodat de bouten perfect passen. Geen zinklaag in de schroefdraad van de moer beïnvloedt de corrosiewering niet; de zinklaag op de bout beschermt de moer.