BMW Garage

Garage met grote openheid en transparantie die eigenheid verwerft binnen talrijke garages in de omgeving

Desondanks de laatste ingrijpende verbouwing slechts dateerde van 1992-1994, was het bestaande gebouw veel te klein geworden voor de huidige activiteiten. Tevens was het in vele opzichten gedateerd. Zo had de zijgevel het uitzicht van een kantoorgebouw en bestond de voorgevel op het gelijkvloers uit een gekromde glaswand. Het gebruik van beide elementen kwam in het beging van de jaren negentig frequent voor. Daarenboven was, door de vele plaatselijke verbouwingen en uitbreidingen, het uitzicht helemaal niet homogeen, hetgeen ook de transparantie voor de klanten niet ten goede kwam. 
De voorbereidingen voor de verbouwing werden reeds enkele jaren geleden getroffen door de bouwheer door onder andere de aankoop van een aanpalend perceel. Ook wat betreft ruimtelijke ordening waren alle nodige procedures uitgevoerd om de garage aan deze zijde uit te breiden.
Van bij het begin van de ontwerpbesprekingen werden een aantal belangrijke randvoorwaarden gehanteerd.
De volledige toonzaal diende aangepast te worden aan BMW-standaarden. Zoals de meeste automerken geeft BMW immers zijn verdelers een aantal richtlijnen voor het buitenuitzicht en de inrichting van hun toonzalen. Het gebouw mag de aandacht niet van de wagens afleiden. Vandaar ook het zuinige kleurgebruik, met overwegend variaties van wit, zwart en grijs. De garage moest ‘leesbaar’ zijn voor elke bezoeker. Iedereen moet onmiddellijk kunnen zien waar en bij wie hij terecht kan.
Een belangrijke randvoorwaarde bij ontwerp en realisatie werd gevormd door de eis dat de garage met toonzaal tijdens de werken moest blijven functioneren. Concreet betekende dit een sterke fasering van de werken, een nieuwbouw- en renovatiegedeelte. De structuur van het bestaande gebouw was nog prima in orde. Er werd dan ook besloten hier over te gaan tot een algemene ontmanteling en herindeling van de ruimtes. Architectonisch ontstaat er desondanks deze verschillende aanpak toch een grote uniformiteit. Dit wordt verkregen door eenzelfde materiaalgebruik, een grote interne continuïteit der ruimtes en een overkoepelende vormentaal. Door het behoud van de bestaande gebouwen versus de nieuwbouw ontstaat er tevens een boeiende spanning: van de talrijke kolommen van het bestaand gedeelte (restanten van vroegere verbouwingen) naar een grote open structuur van de nieuwe uitbreiding. Op die manier wordt ook de historiek (en bijhorende emotionele waarde) van het gebouw bewaard.
Naast de grote openheid en transparantie wordt het geheel door heel wat onderdelen gekenmerkt waardoor het zijn eigenheid verwerft binnen de talrijke garages in de omgeving:
Onder het nieuwbouwvolume werd de kelder niet volledig uitgegraven. Deze steekt immers een eind boven het maaiveld uit. Naast het goedkopere graafwerk en bijhorende technische voordelen (waterdichting, eenvoudigere onderschoring bestaande gebouwen,…) verhoogt dit ook sterk de zichtbaarheid van de tentoongestelde wagens, en dit niet alleen tussen de beide toonzalen, maar ook naar de omgeving toe.
De materialisatie van bestaand en nieuw gedeelte werd verschillend behandeld. Terwijl dit eerste bijzonder transparant werd opgevat, werd het nieuw gedeelte meer gesloten gehouden. Enerzijds was dit het gevolg van de stedenbouwkundige randvoorwaarden (grenzend aan woonzone, waardoor ook gekozen werd voor het gebruik van baksteen in de zijgevel), en anderzijds bestond op die manier de mogelijkheid te werken met een ‘blikvanger’. Tegen dit gesloten volume werd immers één weloverwogen geplaatst en gedimensioneerd glazen volume voorzien. De tentoongestelde wagens trekken op die manier alle aandacht. Desondanks deze verschillende materialisatie ontstaat er toch een grote homogeniteit in het geheel, en dit door het gebruik van verschillende ‘lagen’.
De grote glaspartijen werden langs de zuid- en westgevel voorzien van een statische zonwering en dit binnen een stalen structuur. Naast de zorg voor de energiebeheersing werd op deze manier, desondanks de omvang van het volume, de schaal van het gebouw visueel op ‘mensenmaat’ gehouden.
De interne circulatie op de verdieping werd gerealiseerd door een passerel. Deze verbindt de bestaande, gerenoveerde kantoren met het nieuwe gedeelte. Deze verbinding loopt visueel door in de toonzaal en zorgt op een subtiele manier voor een zekere dynamiek.
Het uniforme materiaalgebruik en de bijhorende diepgaande detaillering zorgen in het geheel voor een verregaande afwerking, en dit zowel in de structuur, binnenafwerking als in de inrichting.

Opdrachtgever:
Garage Meeusen nv, Kalmthout (B)
 
Hoofdaannemer:
Bouwbedrijf MENBO nv, Boom (B)
 
Staalbouwer:
-
 
Architect:
Jef Van Oevelen bvba, Ekeren (B)
 
Studiebureau:
Ingenieursbureau Constructor nv, Antwerpen (B)
 
Bouwtijd:
-
 
Fotograaf:
Jef Van Oevelen

Verwante projecten

Ook interessante projecten